Gen Z krijgt vaak kritiek op de werkvloer, maar is dat wel terecht?
Wij Gen Z’ers krijgen regelmatig het label ‘moeilijk’ opgeplakt als het gaat om onze plek op de werkvloer. We zouden te gevoelig zijn, niet zelfstandig genoeg werken en te veel bezig zijn met onze work-life balance. Maar is dat label eigenlijk wel terecht?
Gen Z op de werkvloer: verwend of juist vernieuwend?
Als jij, net als wij op de Girlscene-redactie, onder Gen Z valt en nog vrij nieuw bent op de werkvloer, dan heb je het vast al eens gemerkt. Er wordt nogal wat gezegd over onze manier van werken. Door collega’s, mensen op LinkedIn of misschien zelfs door je ouders. En dat kan best onzeker maken, want doen we het dan echt zo “verkeerd”? Of ligt het probleem misschien niet alleen bij onze generatie, maar bij de manier waarop werk jarenlang is ingericht?
Want waar oudere generaties vaak leerden om gewoon door te gaan, trekt Gen Z sneller aan de bel. Niet omdat ze lui zijn, maar omdat ze anders naar werk kijken. En misschien is dat juist iets waar de werkvloer best iets van kan leren.
Gen Z wil meer dan alleen salaris
Voor veel jongeren draait werk niet alleen om geld verdienen. Natuurlijk, de huur, boodschappen en op z’n tijd een veel te duur koffietje moeten ook betaald worden. Maar daarnaast willen we ons ook goed voelen bij wat we doen. We willen weten waarom we iets doen, wat onze rol toevoegt en of ons werk wel past bij de manier waarop we ons leven willen inrichten.
Precies daar botst het soms met oudere generaties. En dat is ook niet zo gek, want zij zijn vaker opgegroeid met het idee dat je vooral blij mag zijn dat je überhaupt een baan hebt. Gen Z kijkt daar anders naar. Wij vragen ons sneller af: past deze baan ook echt bij mij?
Mentale gezondheid is geen taboe meer
Een van de grootste verschillen zit waarschijnlijk in hoe er over mentale gezondheid wordt gepraat. Waar burn-outs en stress vroeger vaak werden weggestopt, zegt Gen Z sneller wanneer het niet goed gaat.
Dat kan voor oudere collega’s wennen zijn. Zij zien het soms als klagen of als een gebrek aan doorzettingsvermogen. Maar voor Gen Z is het juist normaal om grenzen aan te geven. We zijn opgegroeid in een tijd waarin mentale gezondheid veel bespreekbaarder is geworden en dat nemen we dan ook graag mee naar de werkvloer.
Neem bijvoorbeeld dit mailtje van een Gen Z-werknemer die verlof aanvroeg, omdat diegene door een break-up ging. De één vindt het misschien overdreven, terwijl de ander juist denkt: waarom zou liefdesverdriet minder zwaar mogen voelen dan andere persoonlijke omstandigheden?

Gen Z weet digitaal precies de weg
Daarnaast is Gen Z de eerste generatie die echt is opgegroeid met social media. We hadden al vanaf jonge leeftijd een smartphone in onze hand en inmiddels is die niet meer weg te denken uit ons leven. Digitaal weten we onze weg dus prima te vinden. We pikken trends snel op, schakelen makkelijk tussen apps en zijn gewend om informatie binnen een paar seconden te vinden.
Maar dat heeft ook een andere kant. We zijn gewend aan veel prikkels, snelle communicatie en directe duidelijkheid. Daardoor kunnen traditionele werkstructuren soms een beetje ouderwets aanvoelen. Bijvoorbeeld lange vergaderingen zonder duidelijk doel, vage instructies of een baas die vindt dat je vooral zichtbaar aanwezig moet zijn op kantoor, terwijl je thuis net zo goed je werk kunt doen.
Professioneel worden tijdens een pandemie
Wat ook niet mag ontbreken, is dat veel Gen Z’ers tijdens belangrijke fases van hun leven in lockdown zaten. Terwijl andere generaties hun professionele vaardigheden vooral in de praktijk leerden, moesten veel jongeren dat doen via een scherm, online lessen en Zoom-meetings.
Het is dan ook niet zo gek dat de overstap naar een kantooromgeving soms wat lastiger voelt. Niet omdat Gen Z niet wil werken, maar omdat we een deel van die normale oefenruimte hebben gemist. Je leert nu eenmaal niet alles uit een online college of een digitale meeting. Sommige dingen, zoals hoe je samenwerkt op kantoor, wanneer je vragen stelt of hoe je je plek vindt binnen een team, moet je gewoon in het echt ervaren.
Een goede start maakt het verschil
En dat brengt ons gelijk bij het volgende punt, want vaak wordt beweerd dat Gen Z niet zelfstandig genoeg is. We stellen te veel vragen, hebben meer begeleiding nodig en zouden minder goed weten wat we moeten doen. Maar misschien is dat niet zo vreemd.
Veel Gen Z’ers staan nog aan het begin van hun carrière. We komen net van school, uit een stage of uit een bijbaan en belanden ineens in een werkomgeving vol ongeschreven regels. Wanneer stel je een vraag? Hoe pak je iets professioneel aan? En wat wordt er precies van je verwacht? Dat moet je leren. Dus misschien mist er niet zelfstandigheid, maar vooral duidelijke begeleiding. Want met de juiste inwerkperiode staat Gen Z binnen no time op eigen benen.
Tijd om elkaar beter te begrijpen
In plaats van Gen Z meteen weg te zetten als lastig, is het misschien slimmer om te kijken waar die botsing eigenlijk vandaan komt. Jongeren willen niet per se minder werken; ze willen vooral anders werken. En zo heeft elke generatie haar eigen gebruiksaanwijzing, en juist daarin zit iets moois. Want als je elkaars krachten bundelt en van elkaar leert, wordt de werkvloer daar uiteindelijk alleen maar sterker van. Lees ook: 5 dingen die Gen Z normaal vindt, maar ‘boomers’ niet begrijpen