Déze kleine hondenrassen mogen gewoon naast je zitten in het vliegtuig
Ik ben gek op reizen. Weekendjes weg, spontane citytrips, lange strandvakanties. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Maar ik wil ook heel graag een hond. En dan niet eentje die ik elke keer moet achterlaten als ik weer op pad ga. Nee, ik wil een hond die gewoon mee kan. In de cabine, onder mijn stoel, zodat we samen de wereld kunnen ontdekken. Dus ging ik op onderzoek uit: welke honden zijn daar eigenlijk perfect voor?
Waarom de cabine en niet het ruim?
Laat ik eerlijk zijn: het ruim is voor mij echt geen optie. Het idee dat mijn toekomstige hondje daar achterin het vliegtuig zit, tussen de koffers, in een koud en lawaaierig ruim waar ik niet bij kan: nee. Gewoon nee. Ik wil mijn hond bij me hebben. In de cabine, in een zachte draagtas onder mijn stoel, waar ik makkelijk bij kan om hem te aaien als hij nerveus wordt. En als we landen en ik de tas opendoe? Dan wil ik die blije blik zien die zegt: waar gaan we nu naartoe?
Oké, maar wat zijn eigenlijk de regels voor honden in het vliegtuig?
Voordat ik ging dagdromen over terrasjes in Lissabon met een hondje aan mijn voeten, moest ik eerst even de regels checken. Want ik wil natuurlijk geen verrassingen op Schiphol.
Dit is wat ik heb gevonden: de meeste luchtvaartmaatschappijen hanteren dezelfde basisregel. Je hond inclusief draagtas mag maximaal 8 tot 10 kilo wegen. KLM houdt het op 10 kilo, sommige airlines op 8 dus dat moet je per vlucht even checken. De draagtas moet onder de stoel vóór je passen, en die mag zo’n 40 x 30 x 20 centimeter zijn.
Verder moet je hond de hele vlucht in de tas blijven (jammer, want ik had hem het liefst op schoot), moet de tas goed geventileerd zijn, en moet je van tevoren reserveren omdat er maar een beperkt aantal plekken is. De kosten? Rond de €50 tot €70 voor een Europese vlucht bij KLM, bij andere maatschappijen soms meer dan €100. Best een bedrag, maar als mijn hondje daardoor gewoon bij mij zit? Worth it.
De zoektocht: welke hond past bij mijn travellife?
Nu het leuke deel. Ik ben niet op zoek naar zomaar een kleine hond. Ik wil een hond die klein genoeg is voor de cabine, maar ook energiek genoeg om mee te rennen op het strand, mee te wandelen door een nieuwe stad en net zo enthousiast is over avonturen als ik. En oké, als hij er ook nog eens schattig uitziet, is dat mooi meegenomen. Dit zijn de vijf rassen waar ik helemaal verliefd op ben geworden tijdens mijn research.
1. Chihuahua: klein maar oh so avontuurlijk
Ik geef toe: ik had eerst ook dat beeld van een trillend hondje in een designertasje. Maar toen ik me ging verdiepen in Chihuahua’s, was ik echt verrast. Ze wegen maar 1,5 tot 3 kilo (dus die gewichtslimiet? Geen enkel probleem) en ze zijn stiekem best energiek. Ze rennen graag mee langs het strand, gaan enthousiast op wandelingen en zijn nieuwsgierig naar álles.
Ik stel me zo voor: ik op een terrasje in Barcelona, mijn Chihuahua naast mijn stoel die zijn ogen uitkijkt naar alle voorbijgangers. Het enige puntje: ze kunnen soms wat nerveus worden bij spannende situaties. Maar ze zijn zó klein dat je ze gewoon optilt en tegen je aan houdt. Zo voelen ze zich instant veilig.
2. Yorkshire Terrier: het kleine hondje met een groot hart
Yorkies zijn me meteen opgevallen in mijn zoektocht, want deze hondjes voelen zich absoluut niet klein. Ze wegen tussen de 2 en 3,5 kilo en hebben een persoonlijkheid die drie keer zo groot is als hun lijfje. Dat vind ik zó leuk.
Een dagje strand waar hij gaten in het zand graaft en achter de golven aanrent. Ook zijn ze superslim en makkelijk te trainen, wat betekent dat ik hem relatief snel kan leren om rustig te blijven tijdens vluchten. En met die schattige snuit en dat prachtige lange haar krijg je overal complimentjes.
3. Papillon: de vlinder die nergens bang voor is
Oké, de Papillon heeft mijn hart echt gestolen. Die vlindervormige oren (papillon is Frans voor vlinder), die elegante uitstraling, en dan ook nog eens een energieniveau waar ik jaloers op ben. Ze wegen 3,5 tot 4,5 kilo en zijn echte kleine powerpakketjes.
Wat me het meest aanspreekt: Papillons kunnen urenlang mee zonder moe te worden. Citytrip Berlijn en alle trappen op van historische gebouwen? Geen probleem. Wandeling door de Alpen? Hij springt over rotsen alsof hij het zijn hele leven al doet. En ‘s avonds op de bank kruipt hij gezellig tegen je aan. Die combinatie van atletisch en aanhankelijk vind ik echt ideaal. Plus, ze zijn heel sociaal met andere mensen en honden, wat superhandig is als je op reis veel nieuwe gezichten tegenkomt.
4. Toy Poedel: slim, energiek en klaar voor avontuur
Ik dacht altijd dat poedels een beetje fancy en tuttig waren. Maar Toy Poedels? Dat zijn gewoon hele leuke, energieke hondjes die dol zijn op avontuur. Ze wegen 3 tot 4 kilo en zijn een van de slimste hondenrassen ter wereld en dat merk je aan alles.
Ze rennen graag mee, spelen apport tot jij moe wordt, en ontdekken enthousiast elke nieuwe plek. Weekendje Londen, vrolijk door Hyde Park rennen. Strandvakantie Griekenland, enthousiast de golven in. Ze passen zich moeiteloos aan aan een actieve lifestyle. En de bonus: ze verharen niet. Ze moeten wel regelmatig getrimd worden, maar een knipbeurt in Parijs klinkt eigenlijk best romantisch, toch?
5. Pomeranian: de fluffy energiebom
Als ik heel eerlijk ben, is de Pomeranian degene waar ik het langst naar heb zitten staren op internet. Want hoe kan een hond eruitzien als een levende knuffel en tegelijkertijd net zo energiek zijn als een puppy na drie espresso’s? Ze wegen 1,8 tot 3,5 kilo en zien eruit alsof ze zo uit een Disney-film komen.
Maar vergis je niet in dat schattige uiterlijk. Pomeranians zitten boordevol energie. Ze rennen door het park, springen enthousiast op en neer, en ontdekken elke nieuwe plek met het enthousiasme van een kind in een snoepwinkel. Het enige puntje: ze kunnen wat blafferig zijn en willen graag de baas spelen. Maar met goede training? De perfecte fluffy reisbuddy.
Welk hondje wordt het voor mij?
Nu ik al deze rassen heb uitgezocht, moet ik eerlijk zeggen: ik ben een beetje verliefd op allemaal. Maar als ik moet kiezen, stel ik mezelf deze vragen:
- Wil ik een kleine durfal die overal voorop loopt? → Yorkshire Terrier
- Een levende knuffel met verrassend veel energy? → Pomeranian
- Avontuurlijk én elegant? → Papillon
- Slim en sportief? → Toy Poedel
- Klein, compact en vol persoonlijkheid? → Chihuahua
Het mooie is: al deze rassen zijn niet alleen klein genoeg voor de cabine, ze hebben ook geweldige karakters. Lief, loyaal, energiek en vol persoonlijkheid. En ze hebben allemaal één ding gemeen: ze willen niets liever dan bij hun baasje zijn. Precies wat ik zoek.
De praktische dingen die ik heb geleerd
Tijdens mijn research heb ik ook een hoop praktische dingen opgepikt die ik zeker niet wil vergeten.
Reserveren: Doe dit op tijd. Er zijn maar een beperkt aantal plekken voor huisdieren in de cabine en sommige vluchten zijn zo volgeboekt. Niet op het laatste moment dus.
Draagtas-training: Hier wil ik sowieso vroeg mee beginnen. De hond thuis laten wennen aan de tas door er een lekker dekentje en speeltje in te leggen. Eerst open, dan steeds langer dicht zodat hij de tas associeert met iets fijns en niet iets engs.
Socialisatie: Mijn toekomstige hond gaat mee naar drukke plekken. Winkelcentra, treinstations, evenementen in het park. Hoe meer hij meemaakt, hoe relaxter hij straks in het vliegtuig zit.
Op de vluchtdag:
- Niet te veel eten geven vlak voor vertrek
- Wél water meenemen en een opvouwbaar bakje
- Puppy pad in de draagtas stoppen, just in case
- Alle papieren meenemen: gezondheidscertificaat, vaccinatiebewijs en dierenpaspoort
Ik kan niet wachten
Hoe meer ik me hierin verdiep, hoe enthousiaster ik word. Het idee dat ik over een tijdje op een terrasje in Zuid-Frankrijk zit, glas wijn in mijn hand, en aan mijn voeten een klein hondje dat net zo blij is als ik om daar te zijn. Klinkt perfect. Lees ook: OMG: Adidas dropt een kledingcollectie voor katten en honden