Verhaal: 'Sebastian'

Lifestyle door Redactie

De redactie schrijft elke dag leuke artikelen voor jullie, maar er zijn genoeg lezeressen die ook goed overweg kunnen met pen en papier! Deze week lichten wij het verhaal 'Sebastian' van Girlscene-lezeres Ida (Sopron op het forum) uit. Het gaat over Sebastian, een knappe man die ook wel 'de aanbedene' genoemd wordt. Lees het verhaal hier! 


Bron

Ze noemden me Sebastian. Sebastian, de aanbedene. Maar als ze me ze aanbaden, waarom lig ik dan hier met gebroken ogen en een gebroken rug? De aanbedene, het zal wel.

Ik was altijd al knap, zelfs als klein hummeltje al. Blonde krullen en een door de zon gekuste huid in combinatie met bruine ogen, een geslaagde combinatie – al zeg ik het zelf. Al snel maakte mijn -vertederende- bolle kindergezichtje plaats voor het lichaam van een jonge man, een jonge god. Ik was gracieus doch krachtig, ik was knap zonder vrouwelijk te lijken. Kortom: ik was een man, een echte man. Ik kon iedereen krijgen en iedereen hield van me, zelfs de mannen met wiens vrouw ik sliep. Want wie kan er een blonde krullenbol weerstaan die tien keer sterker is dan jij? Juist, niemand. Ik was geliefd, ik ga er vanuit dat ik nog steeds geliefd ben -zelfs al ben ik er niet meer. Ik lig eenzaam te rotten op een bergtop en als ik eerlijk ben, dan had ik me mijn einde toch anders voorgesteld. Misschien iets met geweld? Iets... waarmee ik voor eeuwig roem zou hebben vergaard, waardoor ik de geschiedenis zou zijn ingegaan als veroveraar. Of als held, dat is misschien nog beter. Iedereen houdt van helden. Helden en tirannen worden nooit vergeten. En ik, ik had moeten sterven als held. Niet als een niemand, niet op deze manier.

Heb ik al gezegd dat ik hier alleen lig? Dat ik me eenzaam voel? Ik, de aanbedene, voel me eenzaam. Wie had dat gedacht? Wie had er in godsnaam verwacht dat de grote Sebastian, steeds omringd door bewonderaars, eenzaam zou liggen te rotten in de dood? Ik niet. Ik had er mijn leven om durven verwedden. Zo zie je maar: je weet nooit wat het leven voor je in petto heeft. Of de dood, in dit geval. Ze nam me veel te vroeg en ik kan geen vrede vinden in dit bestaan, mijn leven was nog niet geleefd. Ik moest nog zoveel doen: er zijn nog zoveel vrouwen, zoveel drank, zoveel wedstrijden. Wat wordt er nu van me verwacht? Dat ik me verzoen met mijn wrede lot?! Ik denk het niet. De grote Sebastian krijgt wat hij wil. Altijd. Zonder uitzondering.

Kom eens hier, popje,” ik wenk haar, zittend op mijn stoel. “kom maar, ik doe je geen kwaad.” Ik lach naar haar, zodat ze ziet dat mijn bedoelingen nobel zijn. Zo nobel als ze maar kunnen zijn.
Ze loopt voorzichtig naar me toe.
Zet je maar neer, schatje.”
E-er is geen plaats meer, meneer...” zegt het meisje verlegen, niet zeker wetend wat er van haar verwacht wordt.
Kom hier maar zitten.” Zeg ik, kloppend op mijn been. “Je hoeft niet bang te zijn. Ik doe je niets.”

Ik dacht altijd dat je, nadat je gestorven was, naar de hemel of de hel ging. Maar blijkbaar klopt dat niet, ik ben nog steeds hier. Gebonden aan een dood lichaam. Geen hemel, geen hel. Tenzij dat dit mijn persoonlijke hel wordt, is.
Ik voel me eenzaam, “onaanbeden”. Ik mis de complimentjes die me gemaakt werden: “Oh, Sebastian, je bent zo knap!”, “Je bent de slimste man die ik ken!”.
Niet dat ik die complimenten serieus nam, ze werden uitgesproken door dorpsvrouwen. Vrouwen die nog nooit een voet buiten het dorp hadden gezet, nooit een voet buiten de dorpsgrenzen zullen zetten. Natuurlijk was ik de slimste, knapste persoon die ze ooit hadden gezien.

Zouden ze me vergeten zijn? De dorpsvrouwen die zo gretig met complimenten strooiden en mijn bed deelden? Waarom stuurden ze hun mannen niet om naar me te zoeken? Waarom kwamen ze me niet zelf zoeken? Ik, het centrum van hun bestaan? Hun zon. Datgene waar hun -saaie- leven omdraaide, Sebastian.

Wist je dat je mooi bent, popje?”
Ze antwoordt niet, het is een stille. “Waarom zijn je lippen blauw? Niet dat ik het niet mooi vind, maar het is nogal een ongewone kleur. Is het soms de nieuwe mode?”
Geen antwoord, nog geen knipperen van de ogen. Ze lijkt wel versteend.
Jij gaat me niet verlaten, he? Niet zoals de anderen. Zij lieten me alleen, maar jij niet. Wij hebben een band, dat voel ik. Hoe heet je, eigenlijk?”
Niets.
Ach, je naam doet er niet toe. Ze kan toch nooit recht doen aan je schoonheid.”

Oh, de herinneringen. Zo zoet als wijn, zo schrijnend als het leven dat ik verloor. Waarom moest ik, juist ik, door de dood gegrepen worden? Is het soms omdat ik zo aantrekkelijk ben dat zelfs Zij me hebben wou? Me bezitten wou tot de laatste haar? Niet dat ik haar niet kan begrijpen, ik kan er zelfs makkelijk inkomen, maar toch... Ik had het geapprecieerd als ze eerst even met mij had overlegd, dan had ik haar kunnen vertellen dat het niet zo'n goed idee was. Dat ik nog veel te jong was om te sterven. Dan hadden we het vast op een akkoordje kunnen gooien. Maar neen hoor, ze moest en zou me helemaal bezitten en wel nu. Ze wou niet eens wachten tot ik oud was, neen. Ze wou me hebben zolang ik nog knap en sterk was. Ik snap het wel, het is immers een vrouw.
Hoe ik weet dat de Dood een vrouw is? Waarom zou een mannelijke Dood mij willen hebben?

Je bent walgelijk. Ga van haar af!”
De man kijkt me boos aan, zijn wenkbrauwen staan in een woedende frons en hij houdt zijn spade vast alsof hij me ermee wilt doodslaan.
Wat is ze mooi, he?” Ik lach naar hem, een charmante lach. Zodat hij weet dat hij niets van me te vrezen heeft. Mannen raken nogal snel geïntimideerd door mijn uiterlijk, de kracht die ik uitstraal.
Ga. Van. Haar. Af.”
De man beklemtoont ieder woord. Als hij ziet dat ik me niet verroer, komt hij dichterbij. De spade opgeheven, als een zwaard. Ik lach hem uit. Recht in zijn gezicht.

Ze noemden me Sebastian, de aanbedene.

Wil jij weten wat er hierna gebeurt? Kijk dan op het forum voor het vervolg! 

Wat vind jij van dit verhaal?

Tekst: Ida (Sopron)