Lifestyle

Kort verhaal: De schreeuw om verlossing

Allerliefste Mieke, de eeuwigdurende stilte, die meegedragen werd door de tijd, werd verbroken door smiespelende stemmen verborgen in donkere schaduwen. Duistere schimmen gleden stilletjes langs de muren, cirkelden als gieren in het rond en bromden raadselachtige liederen uit een ver, vergeten land waar tralies niets meer dan een illusie waren en soldaten met machtige geweren niets anders dan tinnen speelgoedpoppetjes. Zo gingen de dagen moeizaam voorbij, met tinnen soldaten en tralies van gefantaseerde lucht, zonder een liefdevolle kus van jou.

Met alleen het verdomde tikketiktaktikketiktak van de klok die weer een minuut aangaf zonder jouw warme aanwezigheid. En op het moment dat het koude lemmet van mijn mes mijn polsen iets te vaak streelde en niet kon wachten om mijn bloed weer eens te proeven, vond ik hem. 
Een vriend.
Ik vond hem in een stoffig boekje, verborgen in verhalen en gedichten, versluierd door een gordijn van woorden. Met een afgestompt sigaretje, bungelend uit mijn bek, sprak het me aan met een nietszeggende lege kaft. Mijn handen trilden op het moment dat ik het boek opensloeg en de drie woorden op de eerste bladzijde mijn blik vingen; I am death.
Het was de eerste keer in eeuwen dat een glimlach mijn ogen bereikte en zich over mijn gezicht spreidde. Ironisch dat een Engelsman me een vonk van geluk bracht in deze donkere tijden. De daaropvolgende dagen leken net een droom.
Ik hield intelligente, beleefde gesprekken met een echte vriend die overal wel iets van wist. Hij nam me mee naar bizarre werelden en liet me echte macht ervaren. Elk moment die ik had greep ik aan om bij hem te zijn, omdat elke seconde bij hem telde als een eeuwigheid bij jou. Maar net als elke droom dreigde deze ook snel te eindigen.
Engelse soldaten.
Alsof de oorlog niet alleen buiten woedde, maar ook in deze aftandse kliniek, begonnen ze met de aanval. Ze schopten, sloegen en vervloekten me. Dit alles deed me niets, totdat een van de soldaten Death in de gaten kreeg. Een grote, potige man liep op mijn bed af en trok mijn beste en enige vriend onder mijn kussen vandaan. Gedreven door nieuwsgierigheid had hij hem onderzoekend opengeslagen. Een gemene grijns speelde rond zijn lippen terwijl hij de ene na de andere bladzijde omsloeg.
‘Take her.’ Voordat ik kon tegensputteren hield een van de soldaten me hardhandig vast en trok me aan mijn haren mee. Ze namen me mee door voor mij onbekende gangen en stopten pas bij een grote ijzeren deur. Een van de soldaten hield een grote, zware sleutel vast en rommelde ermee aan het sleutelgat. De geur van zwavel en rottende lijken prikkelde mijn neus, terwijl de deur langzaam openzwaaide. De kamer waar ik in keek was armzalig en leeg, op een open haard na, maar voelde op alle fronten veel huiselijker dan mijn eigen cel.
Waarschijnlijk doordat er geen een schaduw te bekennen was en kou hier niet te voelen was. De verstikkende warmte was het enige meubelstuk in deze kamer dat me echt aansprak. Net toen ik de kamer aan het bewonderen was, zag ik een van de soldaten met Death in zijn handen naar de open haard lopen. Voordat ik in de gaten kreeg wat hij van plan was, was het al te laat. Grote dreigende vlammen, slokten mijn beste vriend levend op. De soldaat die me nog steeds in zijn greep had, fluisterde in mijn oor: ‘Don’t be afraid. One day you will burn as well.’ Hij stopte even voor een korte adempauze.
‘In hell.’ Woedend had ik hem aangekeken. Ik vertikte het om enig teken van zwakte te tonen en stak daarom als antwoord mijn tong uit. Sissend en bevend van woede fluisterde ik: ‘Dan zullen we elkaar snel weerzien.’
Alhoewel ik het had verwacht kwam de klap alsnog hard aan. Maar zoals jij altijd zei: ‘Pijn is maar een misselijkmakende illusie, die zich een weg naar je hart nestelt, waar het een realiteit wordt.’ Zelfvoldaan vertrokken soldaten, me aan de grond genageld, met hete, dovende vlammen voor mijn gezicht, likkend, tastend naar de eerste menselijke aanraking. Net toen de eerste tranen over mijn wangen biggelden, voelde ik het.
Mijn hart.
Na al die jaren van pijn en verdriet was hij uiteindelijk verschrompeld en verbrokkeld tot as –net zoals mijn gestorven vriend- en was er niets over dan een leeg gat waar een kleine tikkende klok de moeizame seconden van mijn zielige leven telde. Het schreeuwde gewoon om verlossing. En nu ik deze brief schrijf met de grote scherpe steen in mijn linkerhand en mijn pen die baadt in het bloed van mijn opengesneden pols, weetik dat alleen ik het kan geven. Treur niet mijn allerliefste, omdat ik weldra bij je zal zijn. Madelia.


Bron

Door Eunice