Lifestyle

Kort verhaal: Onbekende groene ogen

Ik staar als verstijft naar de telefoon in mijn hand. Drie dagen geleden stond mijn wereld op zijn kop, daarna kreeg ik weer hoop en nu is dat in een keer weggeslagen. Mijn papa is een ontzettende lieve en knappe man. Toch heb ik altijd het idee gehad dat er iets tussen ons instond. In mama heb ik altijd meer van mezelf teruggezien. Ja, ik heb mijn vaders kleur haar, maar onze ogen zijn totaal verschillend. Ik heb me altijd afgevraagd waar die vandaan komen, want mijn moeders ogen zijn ook bruin. Die groene ogen zijn dus eigenlijk een raadsel. Maar dat de waarheid zo hard zou zijn, dat had ik nooit verwacht.

Het begon allemaal met een opdracht voor school. Voor levensbeschouwing moest ik onderzoek doen naar mijn geboorte en ook naar mijn ouders. Hiervoor had ik ook mijn geboortebewijs nodig en mijn babyfoto’s. Als klein meisje had ik met mijn moeder mijn baby album bekeken en ze borg hem daarna op in een kamer op zolder. Mijn beide ouders waren aan het werk, dus ik besloot zelf maar in die kamer mijn babyfoto’s te zoeken. Ik vond een grote map met mijn naam erop hij lag onder een grote stapel papieren in de kast. Maar de roze zijkant zorgde er voor dat ik hem zo gevonden had.

Ik had een glimlach op mijn gezicht toen ik mijn geboortekaartje zag. Een beertje met roze ballonnen en daar onder mijn naam: graag delen wij mee de geboorte van onze dochter Anna Linda Schoonhoven, geboren op 10 juni 1992. Mijn gewicht stond er ook bij en de tijden dat bezoek langs mocht komen. Een pagina verder zag ik mijn babyfoto: ik in een veel te grote luier omdat ik zo vroeg geboren was. Met grote groenige ogen kijk ik de lens in. De foto zit voor een bruin papier. Bovenin op het papier staat een statig logo. Ik sla mijn foto om en bekijk het document aandachtig. Erg veel snap ik er niet van.


bron

Woorden als: inseminatie, transactie, donor, bevruchting vliegen aan mij voorbij. Er staan handtekeningen en op de pagina’s daarna staan datums en krabbeltjes. Dan zie ik de zin: geslaagde inseminatie, de datum die erbij staat blijkt na wat rekenen ongeveer negen maanden voor mijn geboorte zijn. Ik vind een brief van een dokter die mijn moeder feliciteert met de bevruchting en een uitleg over de verdere gang van zaken. Mijn hersenen draaien overuren om alle informatie te verwerken en de kamer om mij heen begint te draaien. Wat betekent dit? “Waarom hebben jullie het mij niet verteld?”, vraag ik met overslaande stem aan de man en vrouw in de woonkamer. Mijn zogeheten ouders kijken me verschrikt aan. “Dit document, dit document heeft het over inseminatie met donorzaad.” Ik krijg de vraag bijna niet over mijn lippen te krijgen, ik zucht diep en roep: “Is dit waar?” “Is dit het begin van mijn bestaan?” Ik kijk mijn moeder verwilderd aan en ik zie hoe ze vol tranen naar een antwoord zoekt. De man die ik mijn vader noemde heeft zijn hoofd gebogen en kijkt naar de grond.

“Ik, ehm… ik wilde het vertellen. Echt waar,” zucht mijn moeder, “maar ik dacht niet dat dit zo veel uit zou maken, hij…”
“Niet zo veel uitmaken? Wil je zeggen dat mij vijftien jaar voorliegen niets uitmaakt? Mijn vader is mijn vader niet?! En dit wordt niet even gemeld?!” schreeuw ik met overslaande stem.
“Ik eh,” stamelt de man die steeds verder wegzakt.
“Ik wil weten waarom?” roep ik, “Waarom hebben jullie dit gedaan?”
“Je vader… je vader zijn zaad was niet goed, hij.. ik… we wilde kinderen en donorzaad leek ons de beste oplossing,” stamelt mijn moeder. Mijn gezicht trekt bleek weg. “Het is dus echt waar? Mijn vermoedens kloppen dus al die tijd al? Wie is hij? Wie is hij dan, wie is de man die ik eigenlijk vader moet noemen?”
“Dat weten we niet”, fluistert mijn moeder bijna onhoorbaar. “Hij is onbekend, je komt het waarschijnlijk nooit te weten….” Verblind door mijn tranen strompel ik de trap op naar boven. Zodra ik mijn kamer binnenloop zie ik mijn groene ogen mij aanstaren, mijn onbekende groene ogen. Met een harde knal gooi ik met mijn telefoon de spiegel in honderd stukjes en snikkend val ik op de grond.

‘Tuuut.. tuuuut… tuuut…' de telefoon blijft overgaan, na een doorklikmenu hoor ik eindelijk een vrouwelijke stem zeggen: “Inseminatie kliniek Wijdorp. Waarmee kan ik u helpen?”
“Hallo,” zeg ik zenuwachtig. “Met Anna, ik weet sinds kort dat ik een donorkind ben en ik zou graag mijn afkomst weten.”
“Een momentje, ik verbind u door.” Na een korte stilte hoor ik: “Met de assistente van Dr. Baatkamp, waarmee kan ik u helpen?”
“Dag met Anne, ik zou graag mijn afkomst weten en ik hoopte dat u mij kon vertellen wie mijn donorvader is geweest?”
Het is even stil, “Mag ik vragen hoe oud je bent?”
“Ik ben 15,” antwoord ik.
“Dan spijt me dat heel erg, maar twee jaar geleden zijn al jouw dossiers vernietigd, al zouden we het mogen, we kunnen je hier niet mee helpen. Hallo? Hallo? Bent u daar nog?”

Ik staar als verstijft naar de telefoon, mijn hoop… Het is weg. Ik zal het nu nooit weten. Alles… Alles is een leugen en de waarheid zal altijd verborgen blijven. “Het is niet eerlijk!” schreeuw ik en ik barst in huilen uit. Mijn moeder rent naar binnen en probeert mij te omhelzen. “Wat is er Anne?”
“Ze hebben… ze hebben mijn dossier vernietigd! Als ik twee jaar eerder was geweest… als…. Hoe konden ze? Mijn afkomst, mijn biologische vader, misschien wel halfbroers of zussen. Ik zal het nooit weten. Ik zal nooit weten waar ik vandaan kom, ik zal nooit weten wie mij deze groene ogen geschonken heeft. Hoe konden ze zo gewetenloos zijn? Hoe kon jij, hoe kon jij mij dit aandoen Mama?” Mam aait door mijn haren. 

“Het spijt me Anna, het spijt me heel erg, maar ik heb misschien iets wat je kan helpen.” In haar handen heeft ze een papiertje erop staat een artikel, ‘DNA matchen zorgt voor ophelderingen afkomst donorkinderen.’ “Als je je opgeeft Anna, als je jouw DNA in de database laat zetten, misschien heb je dan nog een kans. Wellicht kun je dan je afkomst vinden. Wij vinden het goed, van ons mag je het op zijn minst proberen.”
“Ja", zeg ik, terwijl ik naar de website surf, "proberen kan altijd.”

Dit verhaal is fictief, maar ik, de schrijfster, ben wel een donorkind, door het programma Wie is mijn vader (rtl4) en de DNA database van het Fiom weet ik nu wie mijn donorvader is en heb ik negen halfbroers/zussen.

Door Maaike