Lifestyle

Kort verhaal: Rood licht

Het regent en het is donker buiten. Ik zit op mijn fiets en krijg een sms'je: ‘tot straks liefje, hvj’. Ik heb zin om met hem te gaan zwemmen. Lag ik maar al in het zwembad, ik begin harder te trappen. ‘Ik ook van jou!’ sms ik hem terug terwijl ik gehaast het kruispunt oversteek. Ik word opgeschrikt van mijn telefoon door hard getoeter. Ik kijk opzij en zie twee grote koplampen op mij af komen.

Bron

Ik duik van mijn fiets naar de stoep. 'Gelukkig', denk ik, 'net op tijd'. Dan voel ik een scherpe pijn, het verscheurt mijn lichaam en ik word duizelig. Ik voel aan mijn hoofd, in mijn haar zit nat spul. De pijn wordt erger en alles word zwart voor mijn ogen. 

Nu ik mijn ogen weer geopend heb zie ik een man in een witte jas, naast hem staat mijn vriend. Hij ziet bleek en heeft rood opgezwollen ogen. Hij pakt mijn hand vast. "Lieverd", snikt hij. "Hai, liefie", zeg ik zachtjes. Mijn vriend lacht terwijl de tranen over zijn wangen lopen en hij geeft mij een zoen op mijn voorhoofd. "Hoe voel je je?", vraagt hij. "Ik weet niet, antwoord ik. Wat is er gebeurd?" “Je hebt een ongeluk gehad. Een auto heeft je aangereden. Ze zeggen dat het stoplicht rood was… Hij had je wel gezien, maar kon niet op tijd remmen. Hij hoopte dat je op tijd weg sprong." "Dat deed ik toch ook?", antwoord ik niet begrijpend. Mike begint te huilen. "Oh lieverd! Ik vind het zo erg.." Ik snap zijn tranen niet, ik mankeer toch niets? Voorzichtig voel ik aan mijn hoofd. In plaats van mijn haar, voel ik een stug verband. "Heb ik een gat in mijn hoofd?" vraag ik. Mike knikt terwijl hij wanhopig naar de dokter kijkt. De dokter schraapt zijn keel. "Eh, Maria je hoofdwond is niet je ergste verwonding. De auto heeft je ernstig lichamelijk letsel toegebracht.” De dokter richt zijn blik op mijn onderlichaam. Dan herinner ik de scheurende pijn die ik voelde toen ik op de straat lag. Ik word misselijk van de angstige gedachten die door mijn hoofd cirkelen. Ik probeer met mijn tenen te wiebelen. Tot mijn schrik voel ik dat er niets gebeurt. De dokter zegt nog iets, maar ik versta het niet meer. Ik sla de deken van mij af, als in een waas zie ik twee witte stompjes waar mijn benen eerst zaten. Ik begin te huilen, "waar zijn mijn voeten?" jammer ik. "Waar zijn mijn benen!" schreeuw ik opeens kwaad. "Wat is dit? Dit is een nachtmerrie, dat moet wel," en ik knijp mijzelf hard in mijn arm. Dan kijk ik nog eens, maar mijn benen zijn niet terug.
De deur zwaait open en ik zie mijn moeder naar binnen stormen. "Maria, je bent wakker. Och, meid toch," en ze loopt naar mij toe om mij te omarmen. Ik sla wild in het rond en duw mijn moeder van mij af. "Dit gebeurt niet. Ik heb benen!" zeg ik en ik probeer uit bed te stappen, maar de dokter houd mij tegen. "Waar zijn mijn benen? Waar zijn mijn voeten?!" Ik begin hysterisch te gillen. Een zuster snelt toe en doet wat in mijn infuus. Ik voel hoe het dof wordt in mijn hoofd en ik val terug in bed. “Ze is in shock,” hoor ik de dokter nog zeggen, “dat is normaal na dit soort trauma”.


Bron

Ik zit in een rolstoel, de revalidatiearts, komt aanlopen, in haar handen heeft ze mijn nieuwe benen. Het is zwaar geweest, vooral voor mijn omgeving. Mike wist niet goed hoe hij zich moest gedragen tegenover mij. Ik was bang dat hij mij zou verlaten, of dat hij depressief zou worden. Toen hij weer in huilen uitbarstte, was ik het zat. Ik zei “Mike, ik heb jouw steun nodig, je hoeft je niet schuldig te voelen, het was mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik moet er mee leren leven, maar dat wil ik niet zonder jou.” Hij had door dat hij zo niet hielp en sindsdien heeft hij mij heel goed gesteund. Nu na maanden revalideren ben ik klaar voor mijn kunstbenen. Ik kan weer lopen. Niet meer zo als vroeger, maar dat begin ik te accepteren.

Geschreven door lezeres Maaike