News

De dievegge

Iedereen is op vakantie, en jij hebt niks te doen. Wat een geluk, een vriendin van je gaat nog niet op vakantie. Je gaat natuurlijk een tijd met haar uitbrengen, voordat ze op vakantie gaat. Jullie doen veel dingen samen, wat je echt vaak doet is toch wel shoppen. Samen met haar de stad in, leuk!

Je staat samen met haar in de Kruidvat. Je ziet die mooie lipgloss van Maybelline staan.. Wat je al zo lang wilde hebben. Maar, je wilt je kleedgeld liever besteden aan kleding. Je krijgt al niet zoveel... Je ziet het stickertje op de lipgloss zitten; je kan het zo meenemen, denk je. Stickertje eraf halen, in je tas doen en wegwezen. Je kijkt om je heen, geen camera’s. Ook geen vakkenvullers, alleen achter de kassa. Die is toch bezig, er staat een hele lange rij. Ze kan toch niet twee dingen tegelijk, én opletten én de mensen achter de kassa helpen.

Wat doe je? Je kijkt je vriendin aan, en zij weet wat je wilt doen. Ze wil je tegenhouden, dat zie je aan haar gezicht. Maar ze zegt niets. Want dat valt op, als je samen staat te smoezen. Er draait nu maar één ding in je hoofd, doen óf niet? Je besluit het gewoon te doen. Je haalt het stickertje eraf, doet hem in je tas en wilt zo snel mogelijk weg. Maar ook weer niet te snel, want dat valt op. Je durft niemand aan te kijken, met een hoofd dat net een tomaat lijkt. Je vriendin loopt snel achter je aan.

Je loopt weg.. En ja hoor, waar je niet op gerekend had, het alarm gaat af. Je hoofd wordt nog roder dan ooit. De kassavrouw komt naar je toe. Ze vraagt je tassen te openen, dat doe je met trillende handen. Ze ziet die lipgloss en zegt dat ze het niet van je had verwacht – je kwam zo vriendelijk binnen! En ook al wilt ze het niet, ze moet de politie bellen. De politie komt en noteert je naam en adres. Je moet je moeder opbellen en weet in godsnaam niet wat je moet zeggen. Het gesprek begint stil, je moeder vraagt wat er is en je zegt dat je naast de politie staat. Ze is bezorgd en vraagt waarom. Je vertelt haar dat je hebt gestolen, maar ze gelooft je niet. Of beter gezegd, ze wíl je niet geloven.

Je moet mee naar het bureau. Je moeder zit daar op je te wachten, en je vriendin is teleurgesteld in je. De politie geeft je een taakstraf. Je moet vuil prikken, in het park, ja waar iedereen je kan zien. Je baalt. Maar bekijk het ook positief: je zult nooit meer iets meenemen zonder te betalen. En ze zeggen altijd: van fouten leer je. De agent die je hielp was aardig, het was een vrouw. Ze vroeg waarom ik het had gedaan, ik zei dat ik het niet wist en ze begreep me. Ondertussen dat zij me gezelschap hield, moest ik vuilprikken. De volgende dag moest ik dezelfde tijd, dezelfde plek aanwezig zijn.

Je moest weer terug naar huis, het was wel zo’n beetje etenstijd. Het eten was klaar, en je at alles op. Zoveel honger heb je nog nooit gehad. Je ouders hadden geen woord tegen je gezegd. En je irritante broer, zei wel wat maar het was zeker niet positief. Je had ook niks anders van hem verwacht. Hij liet z’n bord niet los, zogenaamd bang dat ik het zou stelen…

Niet te geloven wat er in één dag kan gebeuren. Één ding weet ik zeker: voortaan houd ik het op een snoepje bij de trekpleister.

Door Anoniem

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved