News

Onze grootste vriend: de telefoon

De mensen en hun grootste vriend: de telefoon. Jawel. En het liefst ook nog de mobiele telefoon, ook wel de ‘GSM’ genoemd. Vroeger, lang lang lang geleden belde je een nummer en dan kreeg je een medewerker aan de lijn die je vervolgens om het nummer vroeg naar wie je wou bellen. Op deze manier werd je doorverbonden. Die telefoons van vroeger hadden geen hoorn. Ze hadden een microfoon op het toestel en een los oorstuk als hoorn, zoals je op de foto kunt zien.

Daarna kregen we de ‘draaischijftelefoon’ (erg geliefd door mij) gevolgd met de ‘druktoetstelefoon’ en uiteindelijk kregen we de draadloze telefoon voor in huis.

De mobiele telefoons zijn echt onmisbaar geworden tegenwoordig. Zelfs kleine broekies van groep 5 (!), 6 en 7 lopen al met een mobiel op zak. Wat moeten zij nou met een mobiele telefoon? Om hun vriendjes even te bellen om te vragen waar ze blijven als ze nog niet op het schoolplein zijn beland? Of om hun moeder te bellen dat ze ergens blijven eten? Ik vind het echt belachelijk dat kinderen op zo’n jonge leeftijd al via een telefoon leren communiceren. Dat kan toch altijd nog?

Mijn tante heeft zo goed als nooit haar mobiel mee. Zij heeft nog zo’n oude klassieker, die ook wel als de benaming ‘koelkast’ door het leven gaat. Ze heeft hem al een paar jaar (ja, dat kan ook niet anders, die dingen zijn al een eeuwigheid niet meer op de markt!) en hij doet het nog steeds. Ik vraag wel eens aan haar waarom ze niet een nieuwe koopt, een wat compacter, een wat lichtere misschien? Maar nee, dat vindt ze onzin. Ze koopt pas een nieuwe als deze oude klassieker het begeeft. En daar moet ik het mee doen, er is geen discussie meer mogelijk.

Let maar eens op als je in de stad loopt. Genoeg mensen die bellend over straat paraderen. Waar gaan die gesprekken dan toch over vraag ik me wel eens af. Het moet wel heel boeiend zijn om zin te hebben om te gaan bellen als je net lekker aan het winkelen bent. Wat ik ook heel irritant vind, is als ik iemand uit zijn of haar huis zie lopen, zij (laat ik maar even in de zij-vorm praten) loopt richting haar auto en grabbelt in haar tasje, pakt haar autosleutels en ook gelijk haar mobiel. Drukt de sleutels in het slot en toetst een nummer in en gaat in de auto zitten en belt. Weljaa! Ze belt! Ze belt gewoon in de auto en ze neemt er ook nog eens alle tijd voor! Maar... ze kwam toch net uit huis? Ja, precies. Waar moet je in vredesnaam over bellen als je nét uit je huis komt? Het is natuurlijk ook erg handig. Een telefoon. Altijd bereikbaar zijn. Zelfs in bad, want geloof het of niet, maar menig mensen nemen hun telefoon mee in bad. Weliswaar niet ín bad, maar de telefoon mag gezellig op de schone handdoek liggen, wachten tot er gebeld wordt.

Je loopt in de stad met je vriendin. Eerst gaat haar telefoon, daarna de jouwe. Nadat je opgehangen hebt gaat hij weer af. Je moeder! Of je ook bijna thuis komt. Leuk hoor, zo’n telefoon. Je wordt er gek van en je pleurt hem uit. Je komt thuis en je moeder begint gelijk te zeuren over het feit dat je telefoon niet aanstond. Daarna vraagt je vriendin ook aan je waarom je je telefoon uit had staan. Je wou gewoon even winkelen zónder de hele tijd onderbroken te worden als je je in een moeilijke situatie begeeft (lees: je zit in een pashokje, het zweet breekt uit, je zit vast met je oorbel in je trui en je telefoon gaat af).

En de uitvindingen gaan maar door. Tegenwoordig (inmiddels al weer wat langer dan ‘tegenwoordig’) kun je ook mobiele telefoons krijgen mét een digitale fotocamera. Mijn telefoontje - die nu inmiddels ook behoort tot de ‘ouderwetsere variant’ maar die ik (nog) niet weg doe, omdat hij het nog best goed doet, op het uitvallen na - bevat ook (jawel!) een digitale fotocamera. Maar dat mag je eigenlijk geen digitale camera meer noemen, want dat zou een belediging zijn voor de Samsung E900, om maar een zijstraat in te slaan. Het is een camera waarvan de kwaliteit zó slecht is, dat de foto’s lijken op een aquareltekening. Enfin, wat maakt het uit, ik kan er mee bellen, ik kan er mee sms’en dus dat zit wel goed.

Bovendien vind ik het alleen maar irritant, van die mobiele telefoons met een súper goede camera er op. Je wordt om de haverklap op de foto gezet zonder dat je het door hebt. Het kan namelijk heel erg onopvallend, zoals je zelf ook vast wel eens hebt vernomen. En dan sta je er heel beroerd op, zonder dat je het weet. En dan zou je kunnen zeggen dat dat niks uitmaakt; ‘Je weet het toch niet?’ Nee, maar dat is juist iets waar ik mij aan stoor. Er wordt inbreuk op je privacy gemaakt, terwijl je het niet eens door hebt!

Zoals mijn oom zegt (ja, de man van de vrouw met haar koelkast-variant): ‘Als ik een foto wil maken, dan pak ik wel mijn digitale camera, als ik een spelletje wil doen, dan pak ik wel de gameboy en als ik muziek wil luisteren, dan zet ik de radio wel aan!’ En als hij dat zegt, lach ik hem vierkant uit. Maar, ik moet hem wel een klein beetje gelijk geven. Het is natuurlijk ook wel frustrerend als je geen goede mobiel kunt kopen omdat de knopjes zo ontzettend klein zijn dat je moeilijk met je (dikke(?)/oude/trillende) vingers de knopjes kunt indrukken. Mijn andere oom daarentegen heeft het nieuwste van het nieuwste. Een telefoon wat zowat een halve pc is! Met een pennetje er bij om alles in te toetsen, want ook hij heeft grote (dikke(?)/oude/trillende) vingers en vindt het irritant om kleine knopjes met zijn vingers in te drukken.

Mijn oma heeft op haar drieëntachtigste verjaardag ook een mobiele telefoon gekregen. Een Nokia nog-wat. Deze GSM behoort niet tot het kleinste van het kleinste (of het nieuwste van het nieuwste) en dat is maar goed ook, anders zou ze hem bij de eerste keer dat ze hem liet vallen gelijk kwijt zijn. Of hij zou verzuipen in alle kussens op haar bankje. Nee, deze GSM is van een net formaat. Mijn tante vroeg of ik aan mijn oma de telefoon wou uitleggen. Dat zou nog een hele klus worden, want ze had nog nooit met een mobiele telefoon in haar handen gezeten. Ik opperde toch mijn vrije middagje op om het haar even fijntjes uitteleggen. Nou ja, zo fijntjes was het nou ook weer niet. Ik hielp haar alleen met het bellen en gebeld worden. Mijn oma is de trotse (?) eigenaar van de eigenschap ongeduldigheid. Ze wil dus zo snél mogelijk alles zélf kunnen. Naar drie keer uitleggen dat je eerst een pincode moet intoetsen, begreep ze het. Althans, dat dacht ik. Maar helaas. Ze dacht dat ze de code moest intoetsen waarmee ze pint, waarmee je ‘geld uit de muur haalt’. “Nee oma, die code bedoel ik niet, ik bedoel de code van de telefoon zelf.” Ze keek mij schaapachtig aan. Ik heb het haar nog een keer uitgelegd en ik geloof dat ze het nu wel snapt. Als ze met haar scootmobiel op pad gaat en er is wat mis met het vervoermiddel, kan ze tenminste bellen. Ontzettend handig dus! Ik heb alle stappen op papier gezet in een klein boekje, die ze dan samen met haar nieuwe vriend (de Nokia welteverstaan, even voor het geval dat er misverstanden ontstaan) in haar binnenzak meeneemt.

Ik geef toe: mobiels zijn ontzettend handig. Maar ik blijf er bij, je moet niet overdrijven. En ja, een kind uit groep 5 met een mobiele telefoon op zak, vind ik overdreven.

Door Carolien

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved