News

Alles goed?

‘Vragen zijn nooit dom en vragen zijn nooit teveel’. Dit was de eerste zin die ik hoorde op mijn eerste werkdag. Maar is dat zo? Zijn vragen nooit dom? En zijn er nooit teveel vragen? Hoeveel vragen zou men op slechts één dag stellen? Of in een hele week? Of in een heel jaar? Veel. Ja, dat zou waarschijnlijk het goede antwoord zijn…

Maar…er is wel één vraag die élke dag gesteld wordt. Dag in, dag uit. Heb je elkaar net nog gezien, of kom je elkaar na lange tijd weer tegen, dan is er altijd die ene vraag. In een telefoongesprek, Hyves-krabbel, MSN gesprek, of ‘face-to-face’… altijd weer die ene vraag. Het maakt ook niet uit waar je bent, of in welk werelddeel, maar altijd, ja altijd, duikt die ene vraag weer op. Het is ook het eerste zinnetje wat je op school leert bij Duits, Engels of Frans: Wie geht es dir? How are you? Of: Ça va?

En het standaard antwoord? Het is altijd gut, fine of bien. Maar in gewoon Nederlands luidt de vraag die je altijd, ja altijd en elke dag hoort: hoe gaat het? Met het standaard antwoord: goed. Maar waarom? Waarom is het altijd ‘goed’? Waarom zal men nooit snel zeggen: het gaat slecht. Zijn we dan bang om toe te geven wat er is? Want het is wel zo, zeg je eenmaal dat het slecht gaat, dan wil de ander gelijk weten wat er is. En dan moet je wel je hele verhaal vertellen, want als je dit niet zou willen, zou je ook niet gezegd hebben dat het slecht met je gaat. Is dat dan dé reden dat mensen automatisch zeggen dat het goed gaat? En waarom wordt die ene vraag, die altijd, ja altijd gesteld wordt zó vaak gesteld? Uit interesse? Om een gesprekje aan te knopen? En willen we eigenlijk wel weten hoe het met anderen mensen precies gaat? Want zeg nou zelf: je verwacht toch eigenlijk wel het antwoord ‘goed’ na die gestelde vraag?

De wekker geeft 03:46 aan als ik hierover heb nagedacht. Nee. Vanaf nu zeg ik gewoon ‘slecht’ als het slecht gaat. Als ik me gewoon een keer slecht voel kan ik dat toch wel zeggen? Dan hoef ik me toch niet te verschuilen achter het woordje ‘goed’? En met die gedachte sta ik drie uur later onder de douche.

Met een bad-hairday en een huid die nog hobbeliger dan de Pyreneeën is loop ik die ochtend de deur uit. In mijn hoofd is het zo’n warboel dat ik het gevoel heb dat –ie spontaan uit elkaar gaat barsten, en mijn arme keeltje doet zo’n pijn dat zelfs die lieve, en normaal zo behulpzame vriendjes van Fisherman het niet beter kunnen maken. Nog nadenkend over mijn ‘wilde’ nacht vol met vragen worden mijn gedachtes ineens abrupt onderbroken door een: ‘hey’! Het is een oude bekende die ik lang niet meer gezien heb. Haar eerste vraag luidt, natuurlijk: “hoe gaat het?” En dan gebeurt het: automatisch en nog zonder na te denken zeg ik:
Goed.

Door Frederique

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved