News

De hel bestaat wél

Zwepende muziek, zwetende lichamen, zwaar werk: de sportschool, het komt er allemaal in voor. Heel veel mensen gaan er naar toe, om hun vet in bedwang te houden of soms zelfs, omdat ze het leuk vinden. En er zijn natuurlijk ook mensen die helemaal nooit sporten.

Ik behoor tot de eerste groep. Ik houd van een chocoladereep (tijdens Grey’s Anatomy!) en wat chips (tijdens Lost) op zijn tijd (elke dag), maar wil wél mijn maatje small behouden. Teamwork? Nee, dat kan ik niet, dus volleybal zit er voor mij niet in. Schreeuwen bij elke slag? Nee, laat dat tennissen maar. Dus heb ik vorig jaar samen met een vriendin van mij, Mirjam, de stap gemaakt: fitnessen. Soms heb ik er zin in. Lekker die spieren laten rollen, terwijl het zweet van je lijf afgutst. Maar meestal niet. Waarom niet? Vier dingen.

1: De warming-up. Ik begin altijd met twaalf minuten fietsen. Dit is geen fiets zoals die waarmee jij naar school fietst; deze fiets heeft namelijk een zadel from hell. Na zes minuten begin ik te hijgen en roep ik om hulp, mijn benen worden zwaar, mijn deo helpt niet meer en ik ben plotseling al mijn doorzettingsvermogen en zin kwijt. Om mij heen zie ik mensen met een glimlach op level vijfentwintig fietsen alsof ze in de Veluwe zijn. Ik ben al kapot en moet nog een heleboel apparaten…

2: Ik zit weer op de fiets, maar nu een andere. Deze heeft een lékker zadel en een rugleuning. ‘Goh, dit gaat goed zeg,’ denk ik terwijl ik naar Oprah kijk op één van de vele televisies. Misschien moet ik maar een level hoger doen! Wow, al vijftig calorieën, die chocola heb ik al bijna weggetraind. Met een voldane glimlach op mijn gezicht kijk ik even naast me. Shit. Mijn fitnesskameraad heeft al zestig calorieën verbrand. Ik begin verwoed te trappen, maar het heeft geen zin meer: de tien minuten zijn om. Ik voel me slecht en ben depressief.

3: Zonder water red ik het niet in de sportschool; om het zweet te compenseren en omdat het gewoon lekker is. Mijn fitnesskameraad echter, vult haar flesje niet thuis, maar in de sportschool zelf. Bij deze sportschool zijn er twee kleedkamers. Wij gaan altijd in de kamer zitten met de kraan waar wárm water (waarom, in hemelsnaam?) uitkomt, dus moeten we altijd even naar de andere (die een kraan heeft met ijskoud water) om het flesje bij te vullen. Nietsvermoedend lopen we op een dag de kleedkamer binnen. Ik trek de deur open naar de kranen en opeens is héél mijn zicht gevuld met één grote, naakte vrouw, die waarschijnlijk net uit de sauna komt. Ik spring een meter in de lucht en probeer Mirjam niet aan te kijken. Die loopt naar de kranen, maar vult het flesje niet met het goede water. Er is namelijk één kraan met ijskoud water en drie met lauw water. ’Nee, zo moet het niet,’ zegt de vrouw, nog steeds naakt. Ze vult het flesje bij de goede kraan en lijkt zich niet te generen. Snel rennen Mirjam en ik naar buiten. Sinds die dag ben ik nog altijd bang om die vrouw daar te zien.

4: Wil ik net gaan steppen, zijn al de stepapparaten bezet. Geïrriteerd ga ik aan een tafeltje zitten, terwijl ik naar de steppende mensen kijk. De man links heeft een rode broek en een blauw shirt (kleurenblind?) aan met zweetplekken onder zijn oksel. Naarmate hij harder beweegt, kruipt zijn shirt steeds verder omhoog, zodat er hopen vet te zien zijn, die meetrillen met elke beweging. Ik kijk snel de andere kant uit en wacht zo nog twintig minuten lang.

Nee, het is niet zo dat de sportschool áltijd zo erg is, maar leuk is het ook niet. Gelukkig sport ik niet alleen en drink ik soms na de afloop van de sessie een lekker, gezond sappie en blader wat tijdschriften door. Dan weet ik in ieder geval dat ik met een gerust hart drop kan eten tijdens Desperate Housewives…

Door Laura Bosua

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved