News

Love & Leed deel 9

De liefde? Je zou er een boek over kunnen schrijven. En dat deed Daniëlle Bakhuis (26) ook. Haar liefdesgids voor meiden ‘LOVE & LEED’ loodst je door alle fases van verliefdheid heen: van daten tot dumpen, van seks met je ex (don’t!) tot lief zijn voor je lief (do!). Vanaf 16 september ligt deze liefdesbijbel in de winkel. Daarnaast schrijft Daniëlle speciaal voor Girlscene.nl een tiendelige columnreeks over schrijven, de liefde en haar liefde voor schrijven.

 

Hij heeft niet eens door hoe leuk ik hem vind.
Hoe ik ook naar hem lach, hoe charmant ik ook het kassabonnetje weiger (“Hoeft niet hoor, dank je!”), lief zeg dat ik graag een tasje om mijn Cosmogirl wil: hij blijft professioneel. Zegt: ‘prettige dag nog verder’ en dat was het dan.
Daarvoor heb ik me drie keer omgekleed, mijn haren gestyled, een subtiel glossje opgedaan.
Een prettige dag nog verder. Hij moest eens weten.

Ik biecht op: ik ben verliefd op de jongen van de Bruna. Niet van de Score (waar ik me op de een of andere manier altijd geïntimideerd voel. Volgens mij hebben die jongens een fotoshoot in plaats van een sollicitatiegesprek gehad), niet van de Albert Heijn (waar toch ook genoeg leuke potentiële Appies rondlopen): nope, mijn crush werkt de donderdagavond en zaterdag bij de Bruna.
En omdat ik nooit in toeval heb geloofd, geloof ik dat ook dit voorbestemd is.
In mijn dagdromen zie ik ons al in ons huis met een immense boekenkast en een wand vol tijdschriften die hij altijd gratis van zijn werk mag meenemen. Zie ik hem ’s avonds thuiskomen in zijn rode werkshirt en zegt ie: “Daan, je gelooft het niet. Ik moest vandaag álweer je boeken bijstellen. Je boeken vliegen de winkel uit.”

In mijn gedachten heet hij Tim. Of Jasper. Of Matthijs of Bas of Sander. In ieder geval heeft hij een naam die bij zijn nonchalante manier van doen past. Nonchalant, maar toch stoer. Lief genoeg om me tegen me aan te trekken als ik een rotdag heb gehad, maar met genoeg ruggengraat om me een weerwoord te geven als ik rot tegen hem doe. En op onze eerste date zal ‘ie zeggen dat hij de hele tijd wel doorhad dat ik hem leuk vond, maar dat ‘ie te verlegen was om een gesprek met me te beginnen. En dat ‘ie allang wist dat dit alles voorbestemd was.

“Misschien heet hij wel Bruno” zegt een vriendin als ik eindelijk iemand in vertrouwen heb genomen. “Bruno van de Bruna.”
“Haha” zeg ik. “Wat moet ik nu doen dan? Ik kan toch niet voor altijd verliefd blijven op een jongen van wie ik de naam niet eens weet?”
“Simpel” zegt mijn vriendin alsof ze al jaren verliefd is op jongens van de Bruna. “Kijk de volgende keer gewoon op het kassabonnetje.”
Ik kijk haar vreemd aan. Ik snap het niet.
“Word eens even wakker, Daan! Daar staat toch altijd aan de onderkant ‘U werd geholpen door’ … en dan een naam?”
Alsof me is verteld dat de aarde rond is en we dus dáárom niet van de aarde afduvelen, kijk ik op.
Werkelijk waar. Dat ik daar nu zelf niet opgekomen ben.

Diezelfde avond ga ik nog naar de Bruna. Er staat een lange rij, maar dat geeft niet. Het is eigenlijk wel beter, omdat ik zo onopvallend mogelijk naar hem kan kijken.
Hij heeft een hoofd voor een Ruben. Voor een Mark of een Harold.
Hij heeft iets mannelijks, maar toch iets jongensachtig over zich. En crisis, die lach van hem. Ik neem me voor om hierna gelijk naar de Etos te gaan om tandpasta voor witte tanden te kopen, zodat ik net zulke witte tanden als hem krijg. Hij zal vast niet vallen op een meisje dat niet zulke witte tanden heeft als hij.
“Kan ik je helpen?” vraagt er dan opeens iemand.
Ik kijk op in het gezicht van Ruben of Mark of Harold. Of Bruno.
Shit.

Ik heb niet eens doorgehad dat ik al aan de beurt was. En nog stommer is, dat ik helemaal niets heb om af te rekenen.
Shit!
“Mag ik euh…” begin ik, terwijl ik voel dat ik begin te stotteren. Hier kom ik nooit uit. “Zes p-p-postzegels?”
Ik kan wel janken.
Even heb ik de neiging om hem toe te roepen dat ik in het dagelijks leven ook stotter (“Ik doe dit al járen!”) en dat het niets te maken heeft met dat ik hem leuk vind, maar ik voel hoe letterlijk mijn schouders gaan hangen. Laat ook maar.
Zonder dat ik hem nog durf aan te kijken, geef ik hem een briefje van vijf euro.
Wanneer hij me mijn wisselgeld terug geeft, lacht hij zijn witte tandenlach bloot. “Een prettige avond nog verder.”
Ja. Jij ook.
Kutzooi.

Buiten brandt het kassabonnetje in mijn handen.
Pas als ik drie winkels voorbij de Bruna ben durf ik hem open te vouwen.
“U werd geholpen door Daan” staat er.
En omdat ik nooit in toeval heb geloofd… juist.

Meer? Check www.daniellebakhuis.nl. of www.ploegsma.nl. Volgende week weer een nieuwe column!

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved