News

De illusie van een rechtenstudie

Mijn studie is één grote zeepbel. Een zeepbel die afgelopen semesters al op knappen stond, maar het dit jaar toch echt heeft begeven.

Toen ik, net twee weken achttien, begon aan mijn rechtenstudie, was ik vastbesloten een hele hoop vrienden te maken daar op die universiteit. We zouden altijd samen gaan zitten bij de colleges en na de werkgroepen nog een biertje doen in de stad. Ik zou tegen mijn ouders zeggen ‘dit zijn mijn vriendinnen van de UvA!’. Maar helaas, zulke dingen zou ik nooit meemaken en nooit zeggen. Misschien lag het aan mijn eerste werkgroep. Daar moet het gebeuren namelijk, daar vormen de eenlingen samen tweelingen, en de tweelingen weer vierlingen. Mijn theorie is dat uit die eerste werkgroep de studievrienden ontstaan. Bij de tweede werkgroep is iedereen dan “bezet”. Niemand staat meer open voor nieuwe vrienden. Maargoed, mijn eerste werkgroep was, je raadt het al, geen succes. Grote nerds of met domme bimbo’s. Je moet weten, ik doe niet gigantisch veel aan mijn studie. Een nerd zal ik mezelf nooit noemen. Maar een domme bimbo al helemaal niet. Ja, ik hou van een leuk make-upje, mooie schoenen en Confessions of a Shopaholic, maar ik hou NIET van mensen zonder IQ. Ik bedoel, studeren is een keuze. Als je niets wilt leren blijf je toch lekker thuis? Niemand die ermee zit. Enfin, na de eerste werkgroep had ik welgeteld nul nieuwe vrienden gemaakt.

Natuurlijk heeft niet iedereen een cocon om zich hen gesponnen. Sommige mensen stáán open voor nieuwe vrienden. Maar dat is nooit zo maar. Het is net als met mannen. Zijn ze vrij? Dan is dat vast niet voor niets! Zo ook mijn “studievriendin” K. K. is weliswaar nooit te beroerd een praatje te maken, maar nooit zonder een noordelijk accent van heb ik jou daar. Ook inhoudelijk zijn onze gesprekken niet om over naar huis te schrijven. Het studentenleven is haar vreemd, het Vondelpark ligt op loopafstand van het station en een notaris verdient toch lang geen € 40.000,-? Ik heb vaak genoeg gehoord dat ik geen algemene ontwikkeling zou hebben, maar vergeleken K. ben ik toch echt een geleerde. Geen vriendinnen-material dus.

Waar ik me ook zo aan erger is dat linkse gedoe altijd. Volgens de laatste peilingen zou twee derde van ons land op Wilders stemmen. Nou, ik vraag me af wie dat zijn. Mijn werkgroep bestaat uit een groep trouwe PvdA’ers. Geld verdienen is bijzaak, veel geld verdienen is not done en het leuk vinden om veel geld te verdienen is onbespreekbaar. Ik moet toegeven, geld is niet alles. Boven alles wil ik later lol hebben in wat ik doe. Sterker nog, ik wil een baan hebben waar mijn hart ligt, waar ik een passie voor heb. Maar een lekker salaris is ook erg welkom. Ik hoef echt geen miljoenenbonussen, vijf huizen, een personal shopper of een zwembad in de kelder. Nee, ik ben dik tevreden met een eigen appartement binnen de ring, drie keer per jaar op vakantie, een Fiatje 500, genoeg geld én tijd om eens per maand lekker met vriendinnen te kunnen shoppen en dineren. De mensen van mijn studie lijken soms te vergeten dat leven zoals dat tegenwoordig van je verwacht wordt écht wel een salaris boven modaal vereist. Schijnheilig vind ik het dan, wanneer de notaris zich na zijn linkse betoog verontschuldigt met ‘ik ben ook geen heilige hoor, ik wil ook mijn boterham verdienen’. M’n reet! Die notaris verdient wel 1000 boterhammen per dag!

Nu we het toch over docenten hebben, die zijn lang niet zo spectaculair als hun titels. Wordt een advocaat in het normale leven gezien als een snelle jongen/ideale schoonzoon/held, in mijn wereld zijn het net mensen. Saaie mensen welteverstaan. De sleutelwoorden zijn suf, grijs en burgerlijk (en links). Mensen die hun dagen vullen met het uitleggen van dezelfde artikelen, jaar in, jaar uit. Mensen die het boeien hoe art.1:90 BW ten opzichte van art.1:97 BW moet worden uitgelegd (‘Misschien een leuk idee voor een scriptie?’ (…) ‘Nou, nee.’).

Zoals het een echte juriste betaamt, moet ik afsluiten met een uitzondering op de regel. De uitzondering op de grijze muizendocenten is mijn nieuwe docente Inkomstenbelasting. Ze is meisjesachtig (lees: niet zo’n groot technisch inzicht), een jurkje(!), ietwat mollig, vrolijk en spontaan. Deze persoon geeft me weer wat moed om toch door te studeren in de rechten. Ze laat me weten dat je niet saai&suf hoeft te zijn om juriste te worden.

De uitzondering op de grijze muizenmedestudenten is mijn huisgenoot R. Samen maken wij politiekincorrecte grappen, lachen we om onze domme acties en (soms) slechte studieprestaties. Samen praten wij over meisjesproblemen (lijnen en jongens) en over ons simpele studentenhuisje. R. laat me weten dat mijn ideeën en onzekerheden niet raar zijn, geld niet onbelangrijk is en een leven hebben naast je studie een gebod is in plaats van een zonde. Tegen R. kan ik altijd mijn modeverhaal kwijt. Ze was mijn eerste bloglezer. Moge er nog veel volgen!

Door Suzanne

LOVE dit artikel
1 meid heeft deze blog geloved