News

Stephs Model Mail: Principes

Tiny Fisscher is vooral bekend om haar Stephboeken, die zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen uit de modellenwereld. Deze maand verschijnen er twee spiksplinternieuwe titels: Beauty, Body & Brains, een superleuk lifestyleboek, en Covergirl, de vierde Stephroman. De komende weken alvast een voorproefje uit deze boeken op Girlscene: Stephs Model Mail!

In Miami bleek pas tíjdens een casting dat het ging om een campagne voor bontjassen. Ik wilde meteen rechtsomkeert maken, want ik heb altijd gezegd dat ik geen reclame zou maken voor bont en ik was niet van plan dat principe los te laten. Tenminste, niet als het ging om bont dat afkomstig was van dieren die in erbarmelijke omstandigheden hun veel te korte leven in een veel te klein hok hadden doorgebracht. Maar er werd me verzekerd dat dit bont afkomstig was van konijnen die in het wild waren afgeschoten. Ik besloot het dus nog even aan te zien.

Toen ik een van de bontjassen aanhad – die, hoewel ik dat moeilijk vind om toe te geven, verrukkelijk zat –, zei de styliste verrukt: ‘Don’t you just lóve mink?’ Ik keek haar ontsteld aan. Nerts? Het ging toch om wild konijn?
De styliste verschoot van kleur. Ze herstelde zich snel en vroeg met oprechte verbazing in haar stem of ik het dan niet ge-wél-dig vond om een jas van achthonderdduizend dollar aan te hebben…  

Toen was het mijn beurt om van kleur te verschieten. Achthonderdduizend dollar voor een jas? Ik dacht aan het bedrag dat ik voor deze job zou krijgen: als ik het me goed herinnerde was dat een lullige achthonderd dollar, inclusief commissies, tax en andere flauwekul. Mijn handen gleden over het superzachte bont, waarvan ik me best kon voorstellen dat vrouwen ervoor zouden vallen. Maar voor deze ene jas waren tig nertsen onder slechte omstandigheden gefokt en levend en wel gestroopt, om uiteindelijk te eindigen over de schouders van dames die niet weten waar ze hun geld moeten laten. En dan ook nog eens in la of Miami, waar het dertig graden is en de dames hem één keer op de rode loper dragen – om hem vervolgens op te hangen in hun walk-in closet.
Ik werd al misselijk bij het idee en wist niet hoe snel ik de jas weer van mijn eigen schouders af moest gooien.

In al mijn onschuld en vol trots vertelde ik dit verhaal op mijn bureau. Tot mijn stomme verbazing werden ze kwaad! Beverly, mijn booker, zei dat ik een mooie kans had laten lopen en dat ik het niet zomaar voor het zeggen had – dat ik mijn handjes had mogen dichtknijpen als ze me voor deze job hadden willen boeken.
Mijn bloed kookte. ‘So a model can’t have principles’, zei ik. Ik dacht aan een grappig citaat van de komiek Groucho Marx: ‘These are my principles, but if you don’t like them, I have others.’ Met betrekking tot bont had ik maar één principe: alleen als het ging om afschot van in het wild levende dieren, anders niet.
Beverly lachte schaapachtig en probeerde het goed te maken door te zeggen dat ze me prachtig vond en dat ze heus wel in me geloofde, maar dat ik niet veel te kiezen had als ik al zo weinig werd geboekt. Ik kon wel door de grond zakken. Voor de zoveelste keer wist ik niet of ik überhaupt model moest blijven. Als het zó moest…

Prompt zag ik die avond een stukje van het modellenprogramma van Janice Dickinson op televisie. Ik wist niet wat ik zag: juist díé aflevering ging over de antibontdemonstratie die zij samen met een of andere actiegroep had georganiseerd. Ze had vrijwel haar volledige modellenbestand zover gekregen om eraan mee te doen.

 i’d rather go naked than wear fur, stond op het t-shirt van een van de mannelijke modellen. Ik had die opgepompte Janice altijd een ongelofelijk raar mens gevonden, maar die avond sloot ik haar voor eventjes in mijn hart. En mezelf ook.

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved