News

Komt een vrouw bij de kapper

282

Woensdagmiddag vijf over twee ’s middags. Op de kappersstoel. Lichtelijk geërgerd kijk ik naar het leed dat spiegelbeeld heet. Ik had speciaal voor de gelegenheid even mijn make-up bijgewerkt. Het is namelijk zo dat ze in kapsalons precies de verkeerde lichtval weten te creëren waardoor het lijkt alsof je drie avonden achter elkaar naar de vetste clubs ter wereld bent geweest… Nog steeds lijkt het alsof ik gisteravond laat naar bed ben geweest, maar ik ben best blij met mijn last minute ingreep.

Hoe heerlijk de wasbeurt/massage die ik net achter de rug heb ook was, nu druipt mijn natte haar op de handdoek van de kapper. Het haar plakt aan mijn gezicht, maar ook aan de lipgloss, die ik ook voor de gelegenheid op heb gedaan. Dan krijg ik mijn zwarte vleermuisgewaad aan en is het plaatje voor de kappersstoel weer compleet.

Tijd voor de knipbeurt. De kapster vraagt vriendelijk hoe ik mijn haar zou willen. Ik zou mijn haar wel willen als Lauren Conrad, of als Beyoncé, of wat dacht je van Jolante Cabau van Kasbergen? Of zoals dat model op dat plaatje uit het boekje van de kapper ‘om inspiratie uit op te doen’. Helaas beschikt mijn haar over de functie ‘sluik langs mijn hoofd te hangen zodra het iets te lang word’. Daarnaast krult dat kleine beetje slag dat ik toch nog heb áltijd de verkeerde kant op. En als ik die vlechtjes probeer te maken die nu zo hip zijn, of die LC zo fantastisch staan, lijk ik eerder op een slechte zigeuner dan op een modern indiaantje.

Ik vertel de kapper dat ik er gewoon ‘wat af wil’, zodat ‘de dooie puntjes er weer af zijn.’
Dan begint Mevrouw Kapster te knippen. Ik voel de spanning tussen ons. Om ons heen is iedereen druk aan het kletsen, klant met kapper. Bij ons echter is er nog geen boeiend gesprek gaande.
‘Zo, hoe gaat het op school? Je zit toch nog steeds op school?’ Vraagt Mevrouw Kapster.
Ik schrik bijna van de vraag. Dus ik begin een heel verhaal over hoe ‘goed’ het gaat op school, puur om het gesprek gaande te houden. Wat natuurlijk weer nergens op slaat.
Stilte.
Knip knip.
Of ik even mijn hoofd naar beneden wil houden. Natuurlijk. Diep in gedachten verzonken doe ik automatisch mijn hoofd weer omhoog, wat wordt bestraft met een ruwe duw tegen mijn achterhoofd. Sorry.
Verder zit ik doodstil in de stoel, bang dat ze per ongeluk een stukje van mijn oor amputeert.

Wil je misschien een kopje thee of koffie?’ vraagt een andere kapster.
Daar heb ik wel zin in, dus even later staat er een dampende kop thee voor mijn neus. Maar hoe ga ik dat opdrinken? Peinzend staar ik naar mijn kapster in de spiegel die zwaar geconcentreerd met twee plukjes haar bezig is. Alleen de tong uit haar mond ontbreekt. Het zou wel een beetje stom zijn als ik dit tafereel zou moeten onderbreken. Straks weerhoud ik haar creatieve brein zich te uiten en resulteert dat in een kale kop. Dus zodra ze zich omdraait om een andere schaar of klem te pakken grijp ik mijn kans. Zodat ik aan het einde van de kappersbeurt toch nog een driekwart kopje koude thee over heb.

Het is altijd weer spannend hoe mijn haar eruitziet na de kapper. Ik heb nog niet echt mijn vaste kapper gevonden die mijn haar telkens weer fantastisch weet te knippen. Nog geen homo die me meeneemt naar Parijs voor een speciale behandeling omdat ik zijn speciale klant ben, of eigenlijk ‘zijn muze’. Die weet wat ik wil, alleen maar door me aan te kijken in de spiegel. Die ene blik zegt genoeg. Hij weet wat ik wil en hoe hij dat moet doen. Waar ik champagne mee drink en huil van het lachen om zijn verhalen.

Ik kijk weer naar mijn spiegelbeeld. Mijn natte haar hangt langs mijn hoofd en in mijn ooghoek zie ik flinke plukken haar op de grond liggen van zo’n vijftien centimeter. Ik slik. Er gaat nooit zoveel bij mij af, toch? Ik wil bijna vragen of ze misschien een paar plukken in een plastic zakje willen doen als aandenken. Ik durf niet meer te kijken.
Twintig lange minuten gaan voorbij en om mij heen verlaten achter elkaar klanten het gebouw met een luid ‘bedankt!’ en ‘tot ziens!’. Hmm…
‘Zal ik nog wat in je haar doen en föhnen?’
Welja, het kost slechts tien euro meer, maar om hier nog wat van te maken zal dat wel nodig zijn. Dus ik stem toe.
Na tien minuutjes durf ik dan eindelijk in de spiegel te kijken. Mijn mond valt bijna open. Het is…mooi. Glanzend. Mijn goudblonde kleur straalt als nooit tevoren. Ik haal mijn hand door mijn haar en voel de zachtheid. Ik voel me een filmster.

‘Tevreden?’ glimlacht de kapster die er ineens fantastisch uitziet. Langzaam knik ik van wel. In een opwelling koop ik een paar van de producten die ze voor me heeft gebruikt met de vaste overtuiging dat ik die thuis ook zo kan hanteren. Alle kapsters zijn vriendelijk en de kassa maakt een vrolijk geluid. Het totaalbedrag liegt er niet om, maar wat maakt het uit? Het leven is geweldig, de kapper is één groot feest.
Een kapster maakt een compliment over mijn scooter die buiten staat en zegt dat ik vooral mijn helm niet moet vergeten. Zeker niet nu het zo hard regent…
Regent? Helm? Daar had ik niet aan gedacht. Laat ik er ook maar niet meer aan denken.  Dan hoor ik het gerinkel van de deur zodra ik deze open doe en hoor mezelf roepen: ‘Bedankt! Tot ziens!’

door Denise

LOVE dit artikel
2 meiden hebben deze blog geloved