Lifestyle

Kim is dierenartsassistente

Ben je gek op dieren, niet bang van een beetje bloed en bestand tegen allerlei soorten viezigheid? Dan is het beroep dierenartsassistente misschien wel wat voor jou! Kim is paraveterinair, zoals de functie officieel heet en vertelt je meer over haar werk.

Kim: 'Je moet absoluut niet vies zijn van bloed, poep en braaksel, deze dingen komen dagelijks voorbij!'

-

Waarom ben je dierenartsassistente geworden?
Ik heb dieren altijd al leuk gevonden en het leek me leuk om er ook mee te werken. Als dierenartsassistente mag je meer doen dan alleen assisteren, telefoon opnemen en schoonmaken. Ik mag ook bepaalde veterinaire handelingen uitvoeren, die een assistente zonder de opleiding 'paraveterinair', niet mag doen. Bijv. bloed afnemen, infusen aanleggen en bepaalde injecties geven. Ik had ook dierenverzorger kunnen worden, dan had ik ook met dieren gewerkt, maar juist het medische aspect geeft voor mij een extra dimensie en uitdaging aan het werken met dieren.

Hoe wordt je dierenartsassistente?
Om dierenartsassistente worden moet je de opleiding paraveterinair volgen. Dat is een MBO-opleiding niveau 4, te vinden bij een aantal ROC's in Nederland. Om daar toegelaten te worden, heb je een VMBO-diploma (of hoger) nodig. Je start dan met een algemeen deel van de studie over het verzorgen van dieren. Later ga je je verdiepen in het medische deel en krijg je vakken als anatomie, pathologie, instrumentenleer en radiologie.

Welke eigenschappen moet je hebben om dit werk te kunnen doen?
Natuurlijk moet je van dieren houden en begaan zijn met hun welzijn. Je moet absoluut niet vies zijn van bloed, poep, plas, braaksel etc. Deze dingen komen dagelijks voorbij en het is de taak van de assistente om deze op te ruimen! Het vak vergt verder veel multi-tasken, vooral in een grote, drukke praktijk. De telefoon gaat, er staan mensen aan je balie, de dierenarts heeft je hulp nodig in de spreekkamer en er plast een hond in de wachtkamer. Dus je moet zeker stressbestendig zijn.
Verder werk je niet alleen met dieren, maar ook erg veel met mensen. Je moet geduldig zijn, mensen met een ziek dier moeten vaak even hun verhaal kwijt. Daarnaast kan een deel van het werk fysiek zwaar zijn. Afhankelijk van wat je precies allemaal doet, sta je soms de hele dag op je benen, til je zware honden en zakken voer en ben je soms een tijdje aan het dweilen en schrobben.

Wat zijn de plus en minpunten van je werk?
Soms komt het voor dat een dier ziek binnenkomt en een tijdje bij ons in de opname moet blijven. Als je zo'n dier een aantal dagen verzorgt, krijg je er toch een bepaalde band mee. Dan is het fijn om te zien als het dier opknapt, langzaam beter wordt en uiteindelijk weer naar huis mag. De blijdschap van het dier en de eigenaar is mooi om te zien. Dat is het emotionele deel van mijn werk dat ik erg leuk vind.
Het is niet leuk wanneer je een dier moet laten inslapen. Natuurlijk raakt het ene geval je meer dan het andere, maar soms is het best moeilijk daarmee om te gaan. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je mee potje mee gaat staan huilen. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer. Als je weet dat een alleenstaande oudere man of vrouw zijn of haar enige maatje moet laten inslapen, dan raakt dat je. Het salaris is ook wel een van de mindere kanten aan het werk, ik verdien iets meer dan het minimumloon. Gelukkig maken het omgaan met dieren en de gezelligheid van mijn collega's een heleboel goed!

Door Rosanneke

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved