Lifestyle

Dagboek van een kampeerkneus - deel 4

Speciaal voor Girlscene schreef chicklitschrijfster Lisette Jonkman het zesdelige verhaal Dagboek van een kampeerkneus. Lees hier deel 4!

dagboekvaneenkampeerkneus

‘Bootje! Wakker worden!’

Met een zucht doe ik mijn ogen open, na wat ongetwijfeld de akeligste nacht van mijn leven is geweest. Midden in de nacht werd het ineens gruwelijk koud, waardoor ik lag te rillen in mijn slaapzak. Het koude zweet brak me uit, dus daalde mijn temperatuur nog verder. Uiteindelijk zakte ik tegen de ochtend pas in slaap, diep weggestopt in een trui en een trainingsbroek, maar met een bevroren neus en een kloppende kaak.

Alabama viel na een paar minuten al in slaap, maar dat was geen verrassing. Die slaapt overal doorheen. Tijdens een vakantie in Turkije kregen haar ouders haar bijna niet wakker toen het hotel werd geëvacueerd vanwege een aardbeving.

‘Goedemorgen, schone slaapster!’ roept ze me nu fris en fruitig toe. ‘Lekker geslapen?’

Ik kreun getergd. Wat is het warm!

‘Kom op, tempo,’ kwettert ze verder. ‘Over een half uurtje gaan we weer naar het festivalterrein.’

Ik schiet overeind in mijn slaapzak. ‘Een half uur al?’

Dan merk ik dat Alabama al helemaal aangekleed is (roze hotpants, zwart mouwloos topje en afgetrapte All Stars). Als ik langs haar gluur, zie ik dat Thomas en Benjamin ook al in de kleren zijn.

‘Waarom heb je me niet eerder wakker gemaakt?’ vraag ik een beetje verontwaardigd. Nu ben ik zeker de vieze slons die de hele dag in bed ligt te stinken. Ik stik bijna in die trui en trainingsbroek. De lucht in de tent is zo dik van de hitte, dat ik het gevoel krijg dat ik de lucht moet kauwen voor ik kan ademhalen.

‘Je lag zo lekker te slapen,’ zegt Alabama schouderophalend.

Dan steekt Thomas zijn grijnzende hoofd door de ingang van de tent. ‘Dag Sneeuwwitje! Ik kom je wakker kussen.’ Met veel slurpgeluiden buigt hij zich voorover.

Ik duw hem lachend weg. ‘Dat is Doornroosje, drol.’

‘Drol?’ Thomas kijkt quasi-beledigd. ‘Hoor wie het zegt. Wie ruikt hier alsof ze is uitgescheten?’

Ik til een oksel op en snuif. Oh bah, hij heeft gelijk.

‘Waar zijn de douches?’

Thomas begint blaffend te lachen en Alabama grijnst.

Ik trek verbaasd mijn wenkbrauwen op. ‘Wat?’

‘Waar zijn de douches, vraagt ze!’ roept Thomas naar Benjamin. Die vertrekt zijn mond in een geamuseerde glimlach.

‘Wat nou?’ vraag ik nog een keer.

‘Lieverd, als je wilt douchen, moet je eerst een paar jaar in de rij staan,’ zegt Alabama. ‘Zo lang kunnen we niet op je wachten.’

Fijn hoor. Echt, super dit. Ik heb mijn gezicht en oksels net bij een wasbak geschrobd met een washandje (van Alabama geleend), maar ik voel me nog altijd verre van schoon. Benjamin en Thomas hebben ook allebei niet gedoucht, maar zij dragen mannendeodorant, die veel sterker ruikt dan mijn Nivea-roller. Alabama is om half zes opgestaan om op haar gemak te douchen. Zij wel.

‘Heb je ‘m al?’

Ik doorzoek mijn handtas nog een laatste keer, maar dat is meer voor de vorm. Ik weet al dat ik mijn labello niet bij me heb.

‘Nope.’

Alabama werpt me een medelijdende blik toe. ‘Dat worden droge lippen.’

‘Maakt niet uit, ik overleef het best een paar daagjes zonder,’ zeg ik met een stoere glimlach.

De menigte om me heen begint keihard te joelen. Automatisch richt ik mijn ogen op het podium, waarop een paar mannen verschijnen. Ik gluur in Benjamins programmaboekje en zie dat ze Ok Go heten.

‘Dit is wel zulke gave muziek,’ roept hij in mijn oor. Zijn lippen raken mijn oorlelletje heel even, wat voor mijn lichaam een goede reden is om overal kippenvel te kweken.

‘Het is Ok Bo!’ schreeuwt Thomas met een brede grijns in mijn andere oor.

Alabama geeft hem een por met haar elleboog. ‘Flauwe aap. Staan ze al op het podium?’

Haar ogen glinsteren enthousiast.

Thomas kijkt omlaag naar haar op en neer springende gestalte en tilt haar dan zonder pardon op zijn schouders. Alabama gilt, maar als ze eenmaal zit roept ze vol overgave: ‘Oh, wat hoog! Ik kan alles zien! Kijk, ze staan op het podium – en ik kan over iedereen heen kijken... Thomas, ik wil hier wonen!’

Ik lach een beetje opgelaten naar Benjamin. ‘Ik hoef niet op jouw schouders hoor,’ zeg ik volkomen overbodig. Hij grijnst. Dan buigt hij zich naar mij toe.

‘Sorry van gisteren.’

Ik kijk hem met grote ogen aan en zeg niets. Dat durf ik niet meer, nadat ik het gisteren zo voor mezelf heb verbruid.

‘Ik wilde je niet lastigvallen,’ gaat hij verder, opgelaten om zich heen kijkend.

‘Je viel me niet lastig.’ Shit, flap ik er toch iets uit.

Benjamin kijkt me verbaasd aan. ‘Nee? Maar je zei dat je helemaal niet op me viel. Dat het belachelijk was.’

Ik bijt op mijn lip. Wat moet ik hem nou vertellen? Misschien vindt hij me wel echt leuk.

Dan verschijnt het beeld van gisteravond ineens weer op mijn netvlies. Zijn hand in die van Alette verstrengeld.

Thomas en Alabama schreeuwen mee met Ok Go, terwijl ik mijn nagels in de palmen van mijn handen druk.

Vanmorgen zag ik in de spiegel boven de groezelige wasbak dat mijn kaak inmiddels iets minder gezwollen is, maar wel heel erg blauw. Het lijkt wel alsof er een smurf op mijn gezicht groeit.

Benjamin kijkt me nog steeds vragend aan.

Ik doe mijn mond open om antwoord te geven, al weet ik zelf niet wat ik ga zeggen. Dan geeft Alabama me een harde por, maar omdat ze op Thomas’ schouders zit, belandt haar elleboog hard op mijn pijnlijke smurf.

‘Dit is zo’n mooi nummer,’ brult ze.

Ik duik kreunend in elkaar.

Benjamin buigt zich naar me voorover, net op het moment dat ik mijn hoofd weer omhoog doe. Met een doffe dreun komt mijn kruin in botsing met zijn kin. Ik hoor zijn tanden op elkaar klappen.

Snel grijp ik zijn schouders, voordat hij achterover valt. Hij pakt mijn armen vast en zo blijven we staan. Waarschijnlijk maar een paar seconden, maar het lijken wel jaren. Onze blikken haken zich in elkaar en laten niet meer los.

Benjamin legt een hand tegen mijn wang en wrijft zachtjes met zijn duim over mijn droge onderlip. Ik voel mijn benen vloeibaar worden en grijp me nog wat steviger aan hem vast.

Om ons heen zingt iedereen mee met het refrein: ‘I want you, yeah, I want you bad. So bad I can't think straight, so bad all my bones shake - so bad I can't breathe.’

‘Ik val wel op je,’ fluister ik zachtjes en vol verlangen, net op het moment dat er drie dingen gebeuren.

De gitarist zet een harde solo in en het publiek overstemt wild juichend mijn woorden.

Benjamin vraagt: ‘Wat zeg je?’ en dan zie ik een flits bruin, golvend shampoohaar. In mijn hoofd begint de tune van Jaws te spelen.

Alette duikt op uit de massa mensen en roept: ‘Hé Benji!’

Mijn blik glijdt naar haar voeten, die in roze teenslippers zijn gestoken. Slank, gebruind, met dezelfde parelmoeren nagellak als op haar vingernagels.

Voetschimmel: nergens te bekennen.

Ik draai me om en loop weg.

Het enige voordeel van geen make-up dragen is dat er niets uitloopt als je huilt. Dat bedenk ik terwijl ik tegen een muur achter de wc’s aanleun en de tranen van mijn wangen veeg. De zon schijnt inmiddels behoorlijk fel. Mijn voorhoofd begint een beetje branderig aan te voelen. Mijn bovenlip is zo droog dat ik er de hele tijd met mijn tong langsga, ook al weet ik dat dat eigenlijk averechts werkt.

Over de muur heen hoor ik meisjes gesprekken voeren die allemaal dezelfde strekking hebben: ‘Wat zijn die wc’s smerig, hè?’

Of wacht, niet allemaal. Ik hoor ook drie gefrustreerde stemmen.

‘Is ze nou alweer weg?’

‘Jup. Weer naar die kerel van d’r toe.’

‘Jezus! We nemen haar nooit meer mee, oké? Ik heb er genoeg van.’

Gealarmeerd ga ik rechtop staan.

‘Ik snap niet waarom we haar in de eerste plaats mee hebben genomen.’

‘Misschien omdat ze twee keer zoveel voor haar kaartje heeft betaald...’

‘Weet je wat ik niet snap? Dat je voor een jongen naar een festival gaat. Ik bedoel, er zijn zoveel mensen die een moord zouden doen voor Romrockkaartjes, en zij vindt de muziek niet eens boeiend!’

De stemmen verwijderen zich langzaam. Ik vang nog net op: ‘De hele wereld draait om Alette.’

Mijn hart bonst in mijn keel. Die bitch!

Het was helemaal geen toeval dat ze Benjamin tegen het lijf liep. Ze heeft het allemaal in scène gezet. Hoe durft ze? Ik moet het aan Alabama vertellen. Ik moet...

Dan voel ik een steekje van schaamte. Heb ik niet precies hetzelfde gedaan? Natuurlijk heb ik het niet uitgebreid gepland of twee keer zoveel voor een kaartje betaald, maar ik zei ook geen ‘nee’ toen ze me een kaartje aanboden, nietwaar? Eigenlijk ben ik net zo’n secreet als Alette.

Versuft zak ik weer tegen de muur aan.

Ik wil naar huis.

Volgende week deel 5 van Dagboek van een kampeerkneus!

Lees hier deel 1

Lees hier deel 2

Lees hier deel 3

LOVE dit artikel
0 meiden hebben deze blog geloved