Lifestyle

Tien schrijftips voor een goed verhaal

Ja, ik geef het toe. Als ik door een boekenwinkel loop, de geur van vers gedrukte verhalen ruik en mijn hand over een gladde kleurrijke kaft laat strijken, dan droom ik stiekem ook van een eigen boek. Eentje waarin ik al mijn creativiteit kwijt kan, waarin de wereld van mij is en mijn karakters tot leven komen. Maar hoe schrijf je een goed verhaal? Ik geef je tien tips.

Laat ik voorop stellen: ik ben geen autoriteit op dit gebied. Ik heb geen boek geschreven. Wel heel veel artikelen. Ook zit ik in mijn vrije tijd regelmatig achter mijn laptop te worstelen met fictieverhalen. Verhalen schrijven is al jaren één van mijn grootste hobby’s. De tips die ik je geef komen dus voort uit jarenlange ervaring en heel veel lezen over het schrijven zelf (my favorite!). Op het forum zie ik regelmatig verhalen van Girlscene lezeressen voorbijkomen. Wat een creativiteit! Dat inspireerde mij dit artikel te schrijven. Mijn tips richten zich op het schrijven van een fictieverhaal. Mijn lijstje is bij lange na niet compleet, dus ik hoor dan ook graag jullie tips!

meisje
Je hoofdpersonage

1. Bedenk wat je wilt vertellen
Het is misschien een open deur, maar wel eentje die men vaak vergeet te sluiten. Wat wil je met je verhaal vertellen? Stel: Jij wilt een verhaal schrijven over een stinkend rijk meisje dat er op een dag achter komt dat haar ouders failliet zijn. Ze moet noodgedwongen verhuizen naar een klein huisje op het platteland en afstand doen van haar designeroutfits. Waarom? Dat lijkt je een grappig verhaal. Dat zou het ook best kunnen zijn, maar er moet wel meer gebeuren in je boek anders blijft een lezer niet hangen. Een verhaal zonder ontwikkeling is geen verhaal. Je karakter moet aan het einde van je boek veranderd zijn door de gebeurtenissen die ze meemaakt. De beslissingen die ze neemt vormen haar tot wie ze aan het eind van het verhaal is.

2. Wat zijn de belangrijke plotpunten?
Grofweg bestaat je boek uit een aantal onderdelen. Je begint je boek met een ‘inciting event’, een gebeurtenis die het verhaal in gang zet. Iets waarbij de lezer meteen wil weten wat er verder zal gebeuren. Dit kan plaatsvinden op de eerste bladzijde, of ergens verderop in het eerste hoofdstuk. In het eerste deel van je verhaal introduceer je je karakters. Laat je lezer merken wie ze zijn en welke rol ze in het verhaal spelen.

Vervolgens gebeurt er op ongeveer een vierde van je verhaal iets wat je hele story verandert. Vanaf nu kan je karakter niet meer terug. Voorbeeld: Je hoofdpersonage krijgt te horen dat ze verhuist naar een plattelandsdorpje en dat ze haar Prada-tas moet inleveren. Hierna heb je een kwart van je boek om te schrijven over hoe je karakter met deze verandering omgaat.

Op de helft van het verhaal gebeurt er iets wat het boek weer een compleet andere richting opstuurt. Voorbeeld: Je hoofdpersonage besluit een inzamelingsactie te houden, zodat ze weg kan uit het rot dorp waar ze nu woont en terug kan naar haar oude vrienden. Hierover vertel je weer ongeveer een kwart van je boek.

Rond die vierde van je verhaal gebeurt er voor het laatst iets dat haar leven verandert. Voorbeeld: Eindelijk heeft je hoofdpersonage vrienden gevonden in haar nieuwe dorp, en is ze verliefd op haar buurjongen. Maar nu het beter gaat met haar vaders bedrijf willen de ouders van je personage weer terugverhuizen naar hun oude woonplaats.  Maar wil je hoofdpersoon dat nog wel?

ending
Fantaseer het einde!

In de climax van je verhaal komt vervolgens alles samen: je hoofdpersonage moet het gevecht aan met zichzelf en met de omstandigheden. Dat zorgt als het goed is voor wat vuurwerk! Als dat gebeurd is, heb je nog maar een paar bladzijden nodig om het af te ronden. Het verhaal moet immers wel een beetje af zijn, toch?

3. Wie zijn je karakters?
Je verhaal is natuurlijk belangrijk, maar een boek staat of valt met personages. Om je hoofdpersoon geloofwaardig te maken, moet je haar kennen. Dit kun je doen door haar te ‘interviewen’. Waar is ze geboren? Wat is haar favoriete kleur? Wat doet ze op zaterdagavond? Wat is haar grootste angst? Dat zijn allemaal dingen die uiteindelijk van pas komen als je het verhaal schrijft omdat je weet hoe je hoofdpersonage denkt en reageert als ze in een moeilijke situatie komt.

4. Maak je personages likeable, maar niet perfect
Een veel gemaakte fout bij beginners: je hoofdpersonage is iemand die jij heel graag zou willen zijn. Iemand zonder flaws. Haar kapsel zit altijd perfect, ze heeft een fantastisch lijntje en de knapste jongen van school is smoorverliefd op haar. Hoe leuk jij dat ook kan vinden, je lezer vindt dat saai. Wat moeten we met een perfect persoon? Juist de imperfecties maken iemand interessant. Wat nou als ze wèl perfect haar heeft, maar zich heel erg schaamt voor het feit dat ze een huidaandoening heeft? Of eigenlijk heel onzeker is over haar dunne benen? O ja, die jongen die verliefd op haar is, maakt haar niets uit. Ze valt zelf op meisjes, maar dat mag niemand weten. Dat is toch veel interessanter?

5. Hoe eindigt het?
Hoewel je echt niet alles in details vooraf vast hoeft te leggen, is het wel handig om te weten hoe je verhaal eindigt. Eindigt het met een open of een gesloten einde? Is het een happy of een sad ending? Als je weet wat er ongeveer gebeurt op het einde, dan weet je ook hoe je personage gedurende het verhaal moet veranderen om op dat punt te komen. Het scheelt je heel wat gezwalk door het verhaal als je weet waar je naartoe werkt.

6. Schrijfstijl
Welke schrijfstijl past bij je verhaal en bij jou? Als je een thriller schrijft dan hou je het waarschijnlijk sober. Bij een chicklit past humor weer beter. Wissel ook niet teveel tussen tijdsvormen. Als je wisselt tussen tegenwoordige en verleden tijd, wordt het verhaal heel onrustig om te lezen. Bepaal dat je het verhaal in (bijvoorbeeld) verleden tijd vertelt en blijf erbij.

srhijven

7. Kies één vertelvorm
Er zijn boeken die vanuit verschillende vertelpunten worden geschreven, maar als beginner is dat vrij lastig. Kies één vorm: wil je een alwetende verteller of wil je liever je personage in de derde vorm omschrijven? Oftewel: ‘Ze liep naar de koelkast en dacht aan haar vaders faillissement’. Je kunt ook schrijven uit ik-perspectief. Voorbeeld: ‘Ik trek de koelkastdeur open en denk aan mijn vaders bedrijf. Waar heeft het in godsnaam zo fout kunnen lopen?’

8. Gebruik niet teveel details
Details kunnen algauw teveel worden. Je hoeft niet te vertellen dat je personage haar rode krullende haren borstelt, terwijl ze in de spiegel in haar amandelvormige bruine ogen staart. Dat verzint de lezer liever zelf. Zeggen dat je hoofdpersonage haar haar borstelt terwijl ze in de spiegel kijkt, is eigenlijk al genoeg. Maar denk nu niet dat je helemaal geen details moet vertellen. Anders krijg je last van een ‘White Wall Syndrome’: alles lijkt zich in een witte ruimte af te spelen. Als je kort een omschrijving geeft van die ruimte, dan heb je daar geen last van. Maar: hou het kort en bondig. Bijvoorbeeld: ‘Ik loop de kamer binnen en baan me een weg langs stapels dozen die tot mijn schouders reiken. Als ik op de bank plof, valt er aan de andere kant een stapel oude kranten van de leuning.”

9. Show don’t tell
De belangrijkste schrijfregel is: show, don’t tell. Zeg dus niet: De bel gaat. Ik doe open en zie daar mijn beste vriendin. Doe liever: Triiing. Ik spring op en ren naar de deur. Ik zwiep de voordeur open en wordt verast door het gewicht van Eva, die zich enthousiast bovenop me werpt. ‘Ik heb je zo lang niet gezien!’, gilt ze in mijn oor.’ Bij het eerste voorbeeld wordt omschreven wat er gebeurt. Bij het tweede zie je het voor je.

10. Wees niet bang
Veel amateurschrijvers vinden het heel moeilijk om te schrijven. Je verhaal moet namelijk wel perfect zijn. Een bestseller bovendien. Als jouw verhaal klaar is, zal iedereen je zien als de nieuwe Sophie Kinsella of de opvolger van Stephen King. Zodra het visioen van signeersessies en borrelen met Saskia Noort zich in je hersens nestelt, is geen enkele letter die je op papier zet nog goed genoeg. Logisch, de lat ligt heel hoog. Schrijf gewoon wat je zelf leuk vindt. Wat JIJ wilt vertellen. En trek je van de rest niet teveel aan.

Extra regel: Have fun
Zie je die regels hierboven? Die zijn bedoeld om je op het goede pad te zetten, maar schrijven leer je het beste door het veel te doen. Zo ontdek je wat jouw schrijfstijl is, wat jij leuk vindt om te schrijven en wat je juist niet leuk vindt. Van fouten leer je. Neem de regels dus met een korreltje zout. Maar het belangrijkste: schrijven is je hobby, je doet het voor je lol. Dus open je word-bestandje en laat je fantasie de vrije loop. Have fun!

dream

Wat zijn jouw beste schrijftips?

Door: Milou van Roon van Writer in Heels

LOVE dit artikel
82 meiden hebben deze blog geloved