Lifestyle

Mijn leven met... Agorafobie

Hoe is het als angst zachtjes je leven binnenkruipt en je je niet meer in openbare ruimtes durft te begeven? Catharina heeft Agorafobie gehad. Op Girlscene vertelt zij haar verhaal.

mijn leven met agorafobie

Vertel eens wat over jezelf...
Ik ben Catharina en ik studeer Theater in Amsterdam. Ik hou ervan om gezellig met vrienden af te spreken, naar de bioscoop te gaan of een gezellig café. Ook luister ik graag muziek en ik schrijf veel teksten.

Jij hebt Agorafobie gehad, wat is dat precies?
Het woord Agorafobie is afkomstig uit het Grieks: agora betekent markt en fobos betekent angst of vrees. In het Nederlands wordt ook wel de naam pleinvrees gebruikt. Agorafobie is een paniekstoornis en in mijn geval betekende dat, dat ik bang was om alléén in ‘openbare’ ruimtes te zijn. Bijvoorbeeld het openbaar vervoer, zoals de trein. Maar ook in een bioscoop, op straat of in een supermarkt.

Is deze aandoening aangeboren of heb je het later pas gekregen?
Agorafobie is geen aangeboren aandoening. Ik heb het gekregen toen ik 18 was, dat is er bij mij eigenlijk langzaam ingeslopen. Ik was altijd een vrolijk, druk, creatief meisje. Ik was iemand die overal bij wilde zijn en vooral niets wilde missen. Ik zat op een middag in de trein, op weg naar Amsterdam. Ik weet nog dat ik met muziek op mijn oren naar buiten keek en mij opeens benauwd voelde. Ik checkte of ik een raampje kon openen, maar dat ging niet. Ik voelde me zenuwachtig, deed mijn muziek uit en dacht: ik ga bij de uitgang zitten, dan kan ik er snel uit.

Op Amsterdam aangekomen heb ik er verder niet echt meer aan gedacht, tot ik het benauwde gevoel een paar dagen later weer kreeg in een tram. Ik wist niet goed wat het was en waar ik nou bang voor was? Ik vond mezelf zo stom! Wie durft er nou niet met de trein? Ik zei het tegen niemand en dacht dat gaat wel over. Ik begon steeds meer tegen de treinreis en de tram op te zien. Verschrikkelijk vond ik het, en het gevoel dat ik “niet normaal” was versterkte dat alleen maar. Ik voelde mij op steeds meer plekken angstig, zoals in de supermarkt en op straat. Het meest angstig was ik als ik alleen was, met mensen die ik niet kende en waar ik niet gemakkelijk weg kon. Ik was bang om mezelf voor schut te zetten zonder dat ik er iets aan kon doen, en dat alle mensen mij dan als raar of vies zouden zien. Ik was het aller-bangst om in mijn broek te plassen of om over te geven.

De angsten zijn bij iedereen anders. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld bang om flauw te vallen of om dood te gaan, het is bijna altijd een lichamelijk gebrek.

Dit gebeurde uiteraard nooit, maar toch dacht ik elke keer zeker te weten dat het nu zou gebeuren (overgeven of in mijn broek plassen). Ik deed bijna niets meer alléén, en probeerde het altijd zo te regelen dat ik met iemand samen kon zijn. Deze periode was vreselijk! Ik was doodmoe van alle angst die ik ondertussen elke minuut van de dag voelde: op school, op straat, in de winkel, op de fiets... Niemand wist ervan af, zelfs mijn vrienden niet, want ik schaamde mij dood. Om de angst te onderdrukken dacht ik dat het slim zou zijn om een extra broek mee te nemen (voor als ik in mijn broek zou plassen...) en een plastic zakje (voor als ik over zou moeten geven...). Ik verzon dus allerlei excuses die, zo weet ik nu, mijn angst alleen maar versterkten. Ik werd steeds zwakker maar hield angstvallig mijn drukke schema vol; school, vrienden, uitgaan, de stad in. Ik verhuisde zelfs naar Amsterdam, zodat ik niet meer elke dag met die verschrikkelijke angst in de trein hoefde te zitten! Ik wilde zo graag normaal zijn. Tot ik op een dag brak…

Ik zou naar de bioscoop gaan maar ik kon twee nachten daarvoor al niet slapen van de stress. Toch ben ik met de tram er naartoe gegaan, eerst zelfs nog naar de supermarkt voor wat lekkers tijdens de film. Ik  weet nog dat ik zo vreselijk bang was en het steeds erger werd. Ik kon niet meer helder denken, ik kreeg echt een paniekaanval. Ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet! Dat was het enige wat ik dacht. Buiten voor de bioscoop knapte ik. Ik zei dat ik naar huis moest en liep strak van de spanning weg. In paniek belde ik mijn moeder, die toevallig in de stad was en een paar haltes met de tram verwijderd van mij. Ik zag de tram aankomen, ik stapte in en dacht: nu is het klaar. Bij mijn moeder stortte ik in en heb ik alles verteld.

Mijn leven met... Agorafobie

En toen? Ben je er vanaf gekomen?
Bij de dokter kreeg ik te horen: “Ja, paniekaanvallen... Hier, neem maar antidepressiva”. Ik kreeg deze pillen mee naar huis, maar het voelde voor mij totaal niet goed. Ik zei tegen mijn moeder: “Dit werkt niet voor mij, ik wil geen pilletjes, ik wil dit anders oplossen, ik heb iets anders nodig! Ik wil met iemand praten...”

Via via maakte ik een afspraak met een psycholoog in Amsterdam. Uiteindelijk zou deze afspraak het begin zijn van bevrijding van die rotangst. Ik kwam daar de eerste keer in mijn eentje, helemaal stijf van de spanning. De psychologe bleek een jonge vrouw, rond de dertig, heel vriendelijk en hip! Ik vertelde haar mijn klachten, angsten en onzekerheden. Na deze sessie zei ze: ‘Jij hebt Agorafobie, hier lees dit maar eens.” en ze gaf me een folder met alle symptomen van Agorafobie. Ik voelde me opeens zo opgelucht. Dit bestaat en heeft een naam! ik heb dit niet verzonnen, ik ben niet gek!

Na deze afspraak besloot ik om even de overbodige dingen stop te zetten en mij te concentreren op deze angst en hoe nu verder? Ik stopte met mijn bijbaan, ging even niet veel met vrienden afspreken. Ik besefte dat waar ik in die tijd woonde, dat ik me daar helemaal niet fijn voelde. Ik kreeg daar ontzettende aanvallen zoals kramp in mijn borst, pijnlijke knijp ogen en een hoge ademhaling. Ook boodschappen doen durfde ik niet meer en dus ging ik uit pure vermijding naar een soort kruideniertje om de hoek, omdat je daar snel weer kon weglopen. Maar een normale maaltijd kon ik daar niet kopen! ik voelde me thuis opgesloten. Mijn ouders heb ik toen gevraagd of ik weer bij hen mocht gaan wonen. Dat was geen probleem. Ik ben nog nooit zo snel verhuisd. Mijn spullen werden opgehaald, en mijn huisgenoten heb ik nooit de echte reden voor mij vertrek kunnen vertellen. Maar wat een verademing! Gelukkig was het net vakantie en hoefde ik me geen zorgen te maken over school.

Toen zijn we aan de slag gegaan en bezochten we elke week de psychologe in Amsterdam. Mijn vader of moeder bracht me, en haalde mij anderhalf uur later weer op. De psychologe heeft mij super goed geholpen. Ik kreeg opdrachten mee, bijvoorbeeld “exposure” oefeningen. Dan moest ik registreren: een enge situatie opzoeken, bijvoorbeeld een rondje om het huis lopen (zonder broek o.i.d.). Ik schreef dan als ik thuis kwam meteen op hoe het ging, wat ik voelde en dacht en waar ik bang voor was. Uiteindelijk schreef ik op of het echt zo eng was als dat ik van te voren had bedacht?! Zo kregen we steeds meer duidelijkheid en kon ik er van een afstand naar kijken.

De opdrachten werden steeds een stukje moeilijker. Door de sessies met de psychologe kreeg ik ook inzicht in mijn neerwaartse denkpatroon. Naast het oefenen “exposure”, ging ik ook aan onzekere gedachten werken. Ik kwam erachter dat ik heel negatief dacht over mezelf: ‘’Ik kan niet naar buiten. Ik kan mezelf niet onder controle houden. Ik ben niets waard, ik ben gek in mijn hoofd, spoor niet!” Dit komt heel vaak voor bij Agorafobie patiënten, ze vinden zichzelf nooit goed genoeg. Ik kreeg opdrachten om al mijn kwaliteiten te beschrijven en om die vaak te herhalen. Dat hielp. Ik schreef ze op een briefje en ging dat dagelijks lezen. Dat was eerst wel een beetje suf, sta je daar voor je spiegel! Maar het werkte wel, ik kreeg meer zelfvertrouwen.

Eindelijk deelde ik ook mijn angstprobleem met mijn vrienden, die reageerde allemaal zo lief en begrijpend en er waren zelfs twee vriendinnen die er in het verleden (in mindere mate) ook last van hadden gehad. Ik voelde me zo sterk. Ik hoorde nu dat ze me niet gek vonden. Dat ze me nog steeds als dezelfde persoon zien en sommigen vonden het zelfs heel dapper en krachtig van me dat ik er eerlijk over was. Wat een opluchting. Met de psychologe sprak ik een einddoel af. Voor mij was dat alléén, met de trein, zonder extra broek, naar mijn vriendin in Apeldoorn. Daar werkten we naartoe, steeds een stapje verder, steeds wat langer, steeds verder van huis. En ik bleef schrijven en zag op papier dat het steeds beter ging, dat mijn angsten steeds minder werden, dat mijn zelfverzekerdheid steeds groter werd. Er waren nog altijd situaties ongemakkelijk maar er was iets wezenlijks veranderd. Ik merkte hoe je je eigen leven aan kon pakken en richting kon geven, geweldig! Ik begon weer de dagelijkse dingen te doen, met vrienden af te spreken, boodschappen doen, naar buiten.

En nu?
Nu woon ik weer in Amsterdam, bij mijn beste vriendinnetje. Zij geloofde altijd in mij, en dat deze angsten tijdelijk waren. Ook mijn familie en vrienden hebben het altijd als iets gezien dat voorbij zou gaan. En ze gaven me veel vertrouwen. Hoewel het grootste vertrouwen altijd uit jezelf moet komen. Ik heb de Agorafobie ervaren als een soort van burn-out. Ik heb er zoveel van geleerd, ik kan nu veel beter naar mezelf luisteren, dat is zo belangrijk. Je kan niet overal bij zijn en alles blijven doen. Volg je hart en luister naar je lichaam. Zeg ook eens NEE! Ik weet dat angst iets is dat bij mij snel aanwakkert, het zal een zwakke plek blijven. Maar ik weet nu dat vermijden niet de oplossing is. De treinreis naar Apeldoorn heeft me dat bewezen, ik voelde me de koning van de wereld! Zo vrij, zo sterk en zo gelukkig! Daar ben ik erg trots op.

Wat wil je de meiden van Girlscene nog meegeven?
Een paniekstoornis kan iedereen overkomen. Schaam je niet om hulp te zoeken! Je bent niet gek. Iedereen zit wel eens niet lekker in zijn vel en als dat lang aanhoudt kan je allerlei klachten krijgen. Of het nou zoals in mijn geval een paniekstoornis is of een ander probleem. Iedereen is het waard om lekker in zijn vel te zitten. Praat jezelf niet naar beneden! Ga ermee aan de slag, hoe moeilijk en pijnlijk en vooral eng het soms ook lijkt. Het gevoel van elke kleine overwinning heeft zoveel meer betekenis. Via je huisarts kan je worden doorverwezen naar een goede psycholoog.

LOVE dit artikel
3 meiden hebben deze blog geloved